Inpaklijst Wintersport: Vergeet Niets in de Sneeuw

Er is dat specifieke moment van paniek. Meestal treedt het op rond ter hoogte van Utrecht, terwijl je op weg bent naar de Alpen. “Hebben we de zonnebrillen eigenlijk wel ingepakt?” Of erger: “Liggen de paspoorten nog op de keukentafel?” Wintersport is fantastisch, maar de logistiek vooraf kan je grijze haren bezorgen. In tegenstelling tot een zomervakantie waar je met een zwembroek en een creditcard een heel eind komt, ben je in de bergen nergens zonder de juiste spullen.

Ik heb het zelf vaak genoeg meegemaakt. Sta je daar bovenop een berg in Oostenrijk met -15 graden, kom je erachter dat je handschoenen niet waterdicht zijn. Of je perst je voeten in huurschoenen die voelen als middeleeuwse martelwerktuigen omdat je dacht dat ‘kopen’ overbodig was. Na jaren van trippen naar de sneeuw, van Val Thorens tot aan kleine dorpjes in Italië, heb ik mijn paklijst geperfectioneerd. Geen theoretisch geneuzel, maar spullen die je echt nodig hebt, plus de dingen die iedereen vergeet maar die je vakantie redden.

Huren of Kopen: De Eeuwige Discussie

Laten we beginnen bij de olifant in de kamer (of in de dakkoffer): het materiaal. Veel mensen twijfelen elk jaar weer. Moet ik nu echt honderden euro’s stukslaan op eigen ski’s? Kijk, hier is mijn eerlijke mening daarover.

Eigen schoenen zijn wat mij betreft heilig. Huurschoenen zijn vaak uitgetrapt, ruiken naar de zweetvoeten van vijftig voorgangers en – nog belangrijker – de binnenschoen heeft zich gevormd naar andermans voeten. Gevolg? Kramp, koude tenen en na drie dagen nauwelijks nog kunnen lopen. Als je één investering doet: koop goede skischoenen en laat ze ‘foamen’ of op maat maken bij een specialist. Het verschil in comfort is gigantisch.

Voor ski’s en snowboards ligt dat anders. De technologie gaat zo hard. Als je huurt, sta je vaak op de nieuwste modellen van dit seizoen. Koop je zelf iets, dan sta je na drie jaar op verouderd materiaal. Tenzij je, net als ik, verknocht bent aan dat ene type stijfheid in je board of ski, is huren vaak prima. Scheelt je ook weer sjorren met die dakkoffer.

De Heilige Drie-eenheid: Kledinglagen

Vergeet die dikke katoenen truien. Katoen op de piste is vragen om problemen. Zodra je zweet (en dat doe je, ook bij vrieskou), wordt katoen nat en koud. Het droogt niet. Vervolgens stap je in een tochtige stoeltjeslift en koel je in recordtempo af. Je moet denken in lagen. Het zogenaamde lagensysteem is geen marketingpraatje, het is bittere noodzaak.

Laag 1: De basis (Thermisch ondergoed)

Hier gaat het vaak mis. Mensen kopen dure jassen maar dragen er een HEMA t-shirt onder. Zonde.

  • Ga voor Merino wol als je budget het toelaat. Merken als Icebreaker of Odlo hebben topspul. Het grote voordeel van wol is dat het niet stinkt. Je kunt een week lang hetzelfde shirt aan (oké, misschien halverwege even luchten) zonder dat je reisgenoten flauwvallen bij het avondeten.
  • Synthetisch thermospul werkt ook prima om vocht af te voeren, maar laten we eerlijk zijn: na één dag intensief skiën ruikt het vaak naar een natte hond. Neem er dus meer van mee als je voor synthetisch kiest.
  • Vergeet je benen niet. Een goede thermolegging (lang of driekwart, zodat hij niet in je skischoen zit) is essentieel.

Laag 2: De isolatie (Mid-layer)

Dit is je warmteopslag. Een fleecevest of een dun donspullitje werkt hier perfect. Het mooie van een mid-layer is flexibiliteit. Is het in maart ineens 10 graden in de zon? Dan rits je deze open of doe je hem uit tijdens de lunch. Is het -20 in januari? Dan ben je dankbaar voor die extra isolatie.

Laag 3: De bescherming (Shell)

Je jas en broek. Die moeten vooral wind- en waterdicht zijn. Ik zie vaak mensen skiën in van die dikke gewatteerde Michelin-mannetjes jassen. Heerlijk warm, maar als je hard werkt op een buckelpiste, drijf je weg. Ik zweer bij een ‘hardshell’ (een dunne jas die puur wind en water tegenhoudt) met daaronder mijn eigen laagjes. Zo reguleer je de temperatuur veel beter.

Check bij je broek of er ‘gaiters’ (sneeuwvangers) in de pijpen zitten. Er is niets, maar dan ook niets vervelender dan sneeuw die bij een valpartij via je broekspijp je skischoen in schuift. Dat wordt een natte sok en dus een koude voet voor de rest van de dag.

Accessoires die je vakantie maken of breken

Hier scheidt het kaf zich van het koren. Materiaalpech zit vaak in de kleine dingen.

  • Sokken zijn cruciaal. Gebruik speciale skisokken, en alsjeblieft: trek er maar één paar aan. Twee paar over elkaar zorgt voor wrijving, en wrijving zorgt voor blaren. Bovendien knel je de bloedsomloop af waardoor je voeten juist kouder worden in plaats van warmer. Falke maakt bijvoorbeeld sokken met links-rechts pasvorm, dat zit gewoon beter.
  • Handschoenen of wanten? Ik was jarenlang ’team handschoen’ omdat je dan makkelijker je ritsen dicht krijgt. Maar na een keer bevroren vingertoppen in Zwitserland ben ik om: wanten zijn veel warmer. Je vingers zitten bij elkaar en houden elkaar warm. Tegenwoordig heb je ook van die hybride dingen; een handschoen met een losse flap eroverheen (lobster claws). Ziet er niet uit, werkt als een trein.
  • De ‘Goggle’ (skibril). Heb je er een met verwisselbare lenzen? Goud waard. Een donkere lens voor die felle gletsjerzon, en een gele of oranje lens voor als het sneeuwt en mistig is. Met een donkere zonnebril skiën in de mist is levensgevaarlijk; je ziet geen diepte meer en elke hobbel is een verrassing.
  • Een helm. Moeten we het daar nog over hebben? Vroeger was je een nerd met een helm, nu ben je een idioot zonder. In veel gebieden in Italië en Oostenrijk is het voor kinderen al verplicht, maar ook voor volwassenen is het gewoon dom om zonder te gaan. Pistes worden drukker, mensen skiën harder, en ijsplaten vergeven niet.

De categorie ‘Oh ja, natuurlijk!’

Dan de spullen die je pas mist als je ze niet hebt. Dit zijn de items die ervoor zorgen dat je niet op dag twee al richting de lokale apotheek (Apotheke, en die zijn duur!) hoeft te rennen.

Zonnebrandcrème is essentieel, en dan niet die fles factor 15 die nog over was van je strandvakantie in Spanje. Op hoogte is de UV-straling veel feller en de sneeuw weerkaatst alles. Smeer factor 30 of 50, speciaal voor het gezicht. En vergeet je lippen niet. Een lippenbalsem met UV-filter moet in elke jaszak zitten. Gesprongen lippen door de koude wind zijn pijnlijk en genezen traag.

Wat ik ook altijd in mijn rugzak gooi: een multitooltje of in ieder geval een schroevendraaier die op je bindingen past. Het gebeurt zo vaak dat er een schroefje los rammelt. Sta je daar halverwege de afdaling. Een klein stukje ducttape (ik wikkel altijd een meter om mijn skistok, onder het handvat) heeft al menig gescheurde broek of loslatende zool tijdelijk gefixt.

Voor in de auto: Onderschat de rit niet

Als je met de auto gaat – en de meeste Nederlanders doen dat – is de reis een avontuur op zich. Je kunt in Duitsland nog vrolijk 160 rijden, maar zodra je de Fernpas of een bergweggetje opdraait, is het andere koek.

  • Sneeuwkettingen. Oefen thuis een keer. Echt. Staand op een droge oprit in je spijkerbroek is het al een gepuzzel. Probeer het je even voor te stellen in het donker, bij -10, in de sneeuwjacht, met verkleumde vingers terwijl vrachtwagens langs je heen denderen. Je wilt precies weten hoe ze om je banden moeten.
  • Vignetten. Oostenrijk en Zwitserland zijn genadeloos. Geen vignet is een boete, punt. Plak ze thuis alvast op, scheelt weer stress bij de grens.
  • Een dekentje en wat water in de auto. Klinkt overdreven? Ik heb ooit zes uur vastgestaan op de Autobahn door een ongeval in een sneeuwstorm. Dan wordt het koud in de auto als de motor uit moet om brandstof te sparen.

Apres-ski en Hotel-leven

Je loopt niet 24/7 in je skipak. Voor in het hotel of appartement zijn sloffen of dikke sokken met antislip een verademing. Skischoenen uit, sloffen aan: het ultieme vakantiegevoel. Qua kleding voor ’s avonds: in de meeste wintersportdorpen is het extreem casual. Een spijkerbroek en een trui is prima. Niemand loopt daar in pak of op hakken (levensgevaarlijk op die gladde straatjes trouwens).

En als je de apres-ski in duikt: trek niet je duurste, meest delicate donzen jas aan. Er gaat bier overheen komen. Er gaat Glühwein plakken. Dat is een natuurwet in de Alpen. Een jas die tegen een stootje kan en makkelijk schoon te maken is, is hier je beste vriend.

Kortom, wintersport vraagt om wat voorbereiding, maar als je eenmaal die eerste bochten in de verse sneeuw draait, ben je al dat gepak zo weer vergeten. Zorg dat je basis (schoenen, zicht, warmte) op orde is, dan kan de rest eigenlijk niet meer stuk. Veel plezier in de sneeuw!