Misschien ben ik bevooroordeeld, maar er gaat niets boven dat specifieke moment waarop je ’s ochtends de gordijnen opentrekt en de wereld wit is. Niet dat vieze grijze papje dat we in Nederland soms twee dagen in februari hebben, maar échte sneeuw. Krakend onder je boots, oogverblindend in de zon. Wintersport is voor ons Nederlanders toch een beetje een vreemde collectieve obsessie: we rijden massaal 1000 kilometer om in de kou te staan en daar nog flink voor te betalen ook. Maar als je eenmaal boven op die berg staat, snap je het weer.
Bij Travelzone hebben we door de jaren heen heel wat pistes gezien, van de brede boulevards in Val Thorens tot de knusse bospaadjes in het Zwarte Woud. Wat ons opvalt? Iedereen zoekt iets anders. De één wil om vier uur ’s middags met een biertje op een tafel dansen in Gerlos, de ander zoekt doodse stilte en verse poedersneeuw in een vergeten dal in Zwitserland. Hieronder duiken we in de realiteit van de wintersportvakantie – zonder de glanzende brochure-praatjes, maar met de praktische tips die je knieën (en je portemonnee) sparen.
Oostenrijk of Frankrijk: De eeuwige discussie
Het is de klassieke strijd aan de borreltafel: kies je voor de Oostenrijkse gezelligheid of de Franse kilometers? Eerlijk gezegd is het verschil groter dan alleen de taal die ze spreken. Het gaat om een totaal andere beleving van je vakantie.
In Oostenrijk draait het vaak om het totaalplaatje. De dorpen zijn, nou ja, échte dorpen. Met een kerkje, houten chalets en die onvermijdelijke geur van houtkachel en schnitzel. Het skiën is er vaak wat gemoedelijker. Je pistes liggen vaak tussen de bomen (fijn als het mistig is, want je ziet tenminste nog diepte), maar ze liggen ook wat lager. En laten we eerlijk zijn: de liften in Oostenrijk zijn pure luxe. Verwarmde zittingen en kappen die automatisch sluiten bij wind zijn in gebieden als SkiWelt of Ischgl eerder regel dan uitzondering.
Frankrijk is een ander beest. Daar ga je heen als je meters wilt maken. Punt. De dorpen zijn vaak speciaal voor de wintersport uit de grond gestampt – soms lelijke betonnen blokken (hallo Val Thorens), soms verrassend stijlvol. Maar het grote voordeel is de hoogte. Je zit vaak al op 2000 meter als je je appartement uitstapt. Ski-in, ski-out is in Frankrijk de standaard, terwijl je in Oostenrijk vaak nog wel even in een skibus moet proppen. In Les Trois Vallées kun je letterlijk een hele week skiën zonder twee keer dezelfde lift te pakken. Dat is indrukwekkend, maar je betaalt er ook voor, en de sfeer is wat zakelijker.
En Italië dan?
Vergeet de Dolomieten niet. Veel mensen slaan Italië over omdat het ‘net iets verder rijden’ is (wat in de praktijk vaak meevalt als je via de Brenner gaat). De Sella Ronda is misschien wel de mooiste skitocht die je in Europa kunt maken. En het eten… jongens, het eten. Voor de prijs van een slappe tosti in Frankrijk krijg je in Zuid-Tirol een bord zelfgemaakte pasta waar je u tegen zegt, geserveerd met een glas wijn dat daadwerkelijk lekker is.
Met de familie: Overleven of genieten?
Wintersport met kinderen is fantastisch, maar laten we niet doen alsof het ‘ontspannend’ is. Het is een logistieke militaire operatie. Ik heb ouders zien huilen bij de skiverhuur omdat de helm niet de juiste kleur had, of omdat de skischool vol zat. Een goede voorbereiding is hier echt het halve werk.
Als je met jonge kinderen gaat (zeg, onder de 8 jaar), kies dan niet voor een gigantisch gebied. Je hebt niets aan 300 kilometer piste als je ’s middags om 12 uur je kind uit de ‘Kinderland’ moet vissen voor de lunch. Gebieden als Serfaus-Fiss-Ladis hebben dit begrepen. Ja, het is er duur, maar de faciliteiten zijn bizar goed. Denk aan speciale kinderliften, lopende banden en leraren die weten hoe ze een huilende kleuter weer op de latten krijgen.
Hier zijn een paar dingen die ik door schade en schande heb geleerd:
- Kies voor een appartement dichtbij de skischool. ’s Ochtends met drie paar ski’s, stokken en een jengelend kind in een overvolle skibus staan is het recept voor een echtscheiding nog voor je de berg op bent.
- De Krokusvakantie is helaas onvermijdelijk als je leerplichtige kinderen hebt, maar boek die lessen maanden van tevoren. Echt waar. In populaire dorpen als Gerlos of Kirchberg zijn de Nederlandse skiklasjes in oktober soms al volgeboekt.
- Huur materiaal voor de kinderen ter plekke. Ze groeien zo hard dat die dure set van vorig jaar waarschijnlijk alweer te klein is. Bovendien krijg je bij verhuur direct een andere maat als iets knelt.
Materiaal: Kopen, huren en de sokken-fout
Over materiaal gesproken: er wordt ontzettend veel onzin verkocht over wat je ‘nodig’ hebt. Als je net begint, heb je geen jas van 800 euro nodig met een ingebouwd reddingssysteem voor lawines (Recco), tenzij je van plan bent ver buiten de pistes te gaan. Maar er zijn een paar dingen waar je nooit op moet bezuinigen.
Skischoenen zijn de hel (of de hemel)
Ik kan dit niet vaak genoeg zeggen: huurschoenen zijn vreselijk. Het zijn in feite plastic emmers die door honderden andere voeten zijn uitgewoond. Ze zijn vaak nat, de binnenschoen is platgedrukt en ze bieden weinig steun. Als je weet dat je vaker gaat skiën, koop dan als eerste eigen schoenen. Ga naar een specialist in Nederland die je voeten opmeet, drukpunten analyseert en zooltjes op maat maakt. Het kost je misschien 400 tot 600 euro, maar het maakt het verschil tussen ’s avonds kermend op de bank liggen of fluitend naar de après-ski lopen.
De kunst van het lagen-systeem
Op de piste krijg je het heet, dan sta je stil in een winderige stoeltjeslift en koel je in twee minuten af tot het vriespunt. Katoen is je vijand. Zodra je zweet in een katoenen shirt, blijft het nat en word je koud. Investeer in merino wol. Het kriebelt niet (echt niet, de moderne varianten zijn superzacht), het stinkt niet na drie dagen dragen (ideaal voor de lichte bepakking) en het reguleert je temperatuur perfect.
- Draag een dunne thermolaag direct op de huid.
- Daaroverheen een ‘mid-layer’, bijvoorbeeld een fleece of een dun donzen jasje.
- Sluit af met je ‘hardshell’ (je ski-jas). Die hoeft niet eens heel dik gevoerd te zijn, zolang hij maar wind- en waterdicht is.
- En investeer verdomme in goede skisokken. Één paar. Geen twee over elkaar (dat knelt de bloedsomloop af = koude voeten). Merken als Falke of Smartwool zijn de standaard, en met reden.
De reis ernaartoe: Autobahn stress
De wintersport begint helaas vaak met tien tot twaalf uur sturen. Vooral de Duitse Autobahn kan op vrijdagmiddag en zaterdagochtend een grote parkeerplaats zijn rondom München of Karlsruhe. Een paar tips uit eigen ervaring:
Winterbanden zijn in Duitsland en Oostenrijk verplicht bij winterse omstandigheden. Maar let op de ‘sneeuwkettingenplicht’ in de bergen. Zelfs met een 4×4 en de beste winterbanden kun je door de Oostenrijkse politie tegengehouden worden als er een blauw bord met een ketting staat. Oefen thuis een keer met het omleggen van die dingen. Er is niets ergers dan met bevroren vingers in het donker, in een sneeuwstorm, langs de kant van de weg een gebruiksaanwijzing te moeten ontcijferen terwijl je kinderen op de achterbank vragen of we er al zijn.
En vergeet je vignetten niet. Oostenrijk heeft een digitaal vignet tegenwoordig (vooral handig, scheelt krabben op je voorruit), maar je moet het wel 18 dagen van tevoren kopen vanwege de consumentenwetgeving (bedenktijd), tenzij je het als ondernemer aanvinkt of bij de ANWB haalt.
Verzekeringen en veiligheid
Het is het saaiste onderdeel van de voorbereiding, maar even checken: dekt je reisverzekering ‘gevaarlijke sporten’ of ‘wintersport’? Vaak is dit een extra module die je moet aanzetten. Een gipsvlucht – of erger nog, een helikopterredding van de piste – loopt in de duizenden euro’s. In Oostenrijk sturen ze je de rekening vaak sneller dan je ‘Auf Wiedersehen’ kunt zeggen.
Tot slot
Wintersport is duur, koud en vermoeiend. Je komt vaak fysiek kapotter terug dan dat je wegging. En toch boeken we elk jaar opnieuw. Omdat er niets is dat je hoofd zo leeg maakt als concentreren op je volgende bocht, de frisse berglucht opsnuiven en genieten van een welverdiende Weizen of warme choco op het terras. Of je nu kiest voor de kilometers in Frankrijk of de gezelligheid in Oostenrijk, zorg dat je materiaal in orde is, je benen een beetje getraind zijn en je verwachtingen realistisch. Dan wordt het de mooiste week van het jaar.
