Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: Griekenland overkomt je. Het is de geur van wilde oregano vermengd met dieseluitlaatgassen in de haven van Piraeus. Het is die specifieke tint blauw die je nergens anders ziet en het feit dat je koffie (‘Freddo Espresso’, geen filterkoffie, alsjeblieft) altijd gesuikerd wordt tenzij je drie keer ‘sketo’ roept. Bij Travelzone komen we er al jaren, van de witgekalkte stegen in de Cycladen tot de groene heuvels van Corfu. En geloof me, er is een kunst aan het plannen van de perfecte Griekse trip zonder gek te worden van de logistiek.
Iedereen kent de plaatjes van Santorini, maar de realiteit van een Griekse vakantie is vaak weerbarstiger – en leuker – dan de reisgidsen beweren. Je gaat zweten, je gaat waarschijnlijk een ferry missen (of eentje hebben die drie uur vertraging heeft), en je gaat het beste eten van je leven proeven bij een restaurant met plastic stoelen en tl-verlichting. Laten we eens kijken hoe je dit aanpakt.
Athene: Meer dan een overstap
Vroeger zag ik Athene vooral als dat noodzakelijke kwaad tussen het vliegveld en de boot naar de eilanden. Grote fout. Athene is de laatste jaren veranderd in een van de rauwste, meest energieke steden van Europa. Maar je moet wel weten waar je moet zijn, anders eindig je in een overprijsde toeristenval rondom het Monastirakiplein.
Natuurlijk, je wilt de Akropolis zien. Een tip van iemand die de fout maakte om in juli om 11:00 ’s ochtends naar boven te klimmen: doe het niet. Het marmer bovenop reflecteert de hitte alsof je in een pizzaoven staat. Zorg dat je er om 08:00 staat, direct wanneer de poorten openen. Dan heb je een kwartiertje relatieve rust voordat de cruiseschip-excursies met hun parapluutjes de boel overnemen.
Voor de echte sfeer duik ik liever de wijken in. Psiri zat vroeger vol leerlooierijen en ambachtslieden, nu struikel je er over de mezedopoleio’s (tapasbars, maar dan Grieks). Het is er luid, graffiti bedekt elke centimeter muur en de muziek stopt pas als de zon opkomt. Als je op zoek bent naar iets rustigers, loop dan naar Koukaki, net ten zuiden van de Akropolis. Hier zitten de locals op zaterdagochtend hun krant te lezen. Een stedentrip Athene is eigenlijk niet compleet zonder een bezoek aan een openluchtbioscoop (’therinos’), zoals Cine Paris in Plaka. Zelfs als de film slecht is, is het uitzicht op de verlichte Akropolis met een koud biertje in je hand onbetaalbaar.
Het Eilandhop-Gedoe: Hoe overleef je de logistiek?
Eilandhoppen klinkt romantisch. “We zien wel waar de wind ons brengt,” zeggen mensen dan. In de praktijk betekent dat vaak dat je strandt in een haven omdat alle boten volgeboekt zijn. De Griekse ferrywereld is een complex ecosysteem dat je even moet doorgronden.
Ik heb door schade en schande een paar lessen geleerd die ik nu standaard toepas bij elke trip:
- Het verschil tussen een ‘Slow Ferry’ (zoals Blue Star) en een ‘Highspeed’ (zoals Seajets) is niet alleen tijd, maar ook maaginhoud. De snelle catamarans klappen op het water. Als er ook maar een beetje wind staat – en in de Egeïsche Zee staat altijd wind – wordt dat een misselijkmakende rit. Ik neem tegenwoordig bijna altijd de grote, langzame boten. Je kunt lekker buiten op het dek zitten met een frappé, het kost de helft en je wordt niet zeeziek.
- Boek je tickets vooraf als je in juli of augustus reist. Echt. De tijd dat je gewoon naar de haven kon lopen is voorbij op de populaire routes. En vergeet niet dat je je e-ticket soms nog moet omwisselen voor een papiertje bij een kantoortje in de haven (hoewel dat gelukkig steeds minder wordt).
- Let op de “Meltemi”. Dit is de beruchte noordenwind die in de zomermaanden over de Egeïsche zee giert. Het kan windkracht 7 of 8 aantikken terwijl de zon strak aan de hemel staat. Dit betekent vertraagde boten en zandstralen op het strand. Check Windguru voordat je beslist aan welke kant van het eiland je gaat liggen.
- De haven van Piraeus is gigantisch. Gate E1 (voor de Dodekanesos) ligt kilometers verwijderd van Gate E9. Als je met de metro uit het centrum komt en je moet naar E1, heb je een pendelbus of een taxi nodig. Lopend red je dat niet in tien minuten met een koffer.
Cycladen vs. Ionische Eilanden: De grote tweestrijd
Dit is de meest gestelde vraag die we binnenkrijgen bij Travelzone. “Moeten we naar Mykonos of naar Zakynthos?” Het zijn twee totaal verschillende werelden. Het is alsof je kiest tussen een droge witte wijn en een volle rode.
De Cycladen: Het iconische wit en blauw
Dit is het Griekenland van de ansichtkaarten. Santorini, Mykonos, Paros, Naxos. Het landschap is droog, rotsachtig en vaak zonder bomen. De architectuur is dat verblindende wit met blauwe koepels. Wat mensen vaak onderschatten, is de drukte en het prijspeil.
Mykonos is prachtig, maar laten we eerlijk zijn: 8 euro voor een fles water en ligbedjes die 150 euro per dag kosten, dat gaat mij te ver. Als je die zonvakantie Griekenland sfeer zoekt zonder je failliet te pinnen, kijk dan naar Naxos of Tinos. Naxos is groen voor een Cycladen-eiland (ze verbouwen er tonnen aardappelen, serieus, proef de friet daar) en de stranden bij Plaka zijn kilometers lang zand. Tinos is nog religieus en authentiek; hier knikken oude mannetjes je nog vriendelijk toe in plaats van dat ze je een menu in je gezicht duwen.
Milos is de laatste jaren enorm in opkomst door die maanlandschappen bij Sarakiniko. Het is adembenemend, maar het geheim is er wel een beetje af. Ga vroeg in de ochtend, want rond het middaguur staat het vol met influencers die allemaal dezelfde foto maken.
De Ionische Eilanden: Groen, groener, groenst
Aan de andere kant van het vasteland, tussen Griekenland en Italië, liggen Corfu, Zakynthos, Kefalonia en Lefkas. Hier is alles anders. De huizen hebben dakpannen (geen platte daken vanwege de regen in de winter), er staan duizenden cipressen en olijfbomen, en de zee is vaak kalmer.
Mijn persoonlijke favoriet blijft Kefalonia. Het is groot genoeg om de toeristen te spreiden. Het strand van Myrtos is wereldberoemd, maar de rit ernaartoe via haarspeldbochten is een avontuur op zich. Wat ik zo fijn vind aan de Ionische kant, is de Italiaanse invloed in het eten. Je krijgt hier ‘pastitsada’ (een soort stoofvlees met pasta) die je in de Cycladen nergens vindt.
Een waarschuwing voor Zakynthos: Laganas is de plek die je moet vermijden tenzij je 18 bent en van neonshots houdt. Het noorden van het eiland is echter prachtig rustig. Het scheepswrak-strand (Navagio) kun je tegenwoordig vaak niet meer op vanwege vallend gesteente, maar van bovenaf kijken is stiekem toch indrukwekkender.
Praktische zaken die niemand je vertelt
Je hebt je ticket geboekt, je weet naar welk eiland je gaat. Maar dan ben je er. Hier zijn een paar dingen die je ter plekke gaan opvallen en waar je maar beter op voorbereid kunt zijn:
- Het riool is niet gemaakt voor wc-papier. Ja, dit is serieus. Op bijna alle eilanden staat er een emmertje naast de pot. Je gooit je papier daarin. Doe je het niet, dan verstopt de boel. Het went na een dag, echt waar.
- Grieken eten laat. Als je om 18:30 bij een taverna gaat zitten, zit je alleen met andere Noord-Europeanen. De locals schuiven pas aan rond 21:30 of 22:00. De sfeer in een dorp komt pas echt tot leven als de zon ver onder is en de kinderen nog vrolijk rondrennen op het dorpsplein.
- Siësta is heilig. Tussen 14:00 en 17:00 gaat in veel dorpen het rolluik naar beneden. Probeer dan geen boodschappen te doen. Het is het moment om zelf ook even te gaan liggen of in de schaduw een boek te lezen.
- Contant geld is nog steeds koning, ongeacht wat de overheid zegt. In Athene kun je overal pinnen, maar in dat kleine koffietentje op Amorgos of die buschauffeur op Kreta? Die willen gewoon keiharde euro’s. Zorg dat je altijd wat biljetten van 10 en 20 op zak hebt.
Oudheid zonder de stoffigheid
Je kunt Griekenland niet bezoeken zonder over de geschiedenis te struikelen. Soms letterlijk. Maar je hoeft geen archeoloog te zijn om het gaaf te vinden. Het gaat om de setting.
Delos is zo’n plek. Het ligt naast Mykonos en is één groot openluchtmuseum. Er woont niemand. Je pakt ’s ochtends de boot, loopt door de resten van een stad die 2500 jaar geleden een metropool was, en je voelt gewoon de historie. Het is bizar om te zien dat ze toen al riolering en mozaïekvloeren hadden die mooier zijn dan mijn badkamer thuis. Vergeet geen water en een hoed mee te nemen, want er is op Delos exact nul schaduw. Ik heb mensen daar zien omvallen van de hitte.
Op de Peloponnesos (technisch geen eiland, maar voelt wel zo) ligt Olympia. Wat ik daar mooi vind, is dat je nog steeds op de oorspronkelijke startlijn van de Olympische Spelen kunt staan. Het is gewoon een stuk zand tussen stenen, maar het idee dat hier de atleten stonden te trillen op hun benen, doet wel wat met je.
Conclusie: Gewoon gaan
Griekenland is rommelig, perfect, heet en gastvrij tegelijk. Of je nu kiest voor de wintersport in Parnassos (ja, je kunt skiën in Griekenland, verrassing!) of gaat bakken op een strand in Chalkidiki; laat je horloge thuis. Dingen duren langer dan je denkt. De ober is je niet vergeten, hij vindt gewoon dat je geen haast moet hebben (“Siga siga”, langzaam langzaam).
Mijn laatste advies? Pin je niet te vast op een strak schema. De beste momenten die ik in Griekenland heb gehad, waren toen ik de boot miste en in een havenstadje bleef hangen waar ik de beste inktvis ooit at, geserveerd door een man die geen woord Engels sprak maar wel een glas ouzo voor me inschonk van het huis. Dat is de echte vakantie.
