Laten we eerlijk zijn: ergens halverwege november, als de regen weer eens horizontaal tegen je ramen klettert en de NS waarschuwt voor blaadjes op het spoor, begint het te kriebelen. Je hebt behoefte aan vitamine D. Aan zand tussen je tenen in plaats van modder aan je schoenen. Een zonvakantie is voor ons Nederlanders geen luxe, het is pure noodzaak om de batterij weer op te laden.
Bij Travelzone.nl zien we het elk jaar weer gebeuren. Zodra de eerste zonnestralen in maart doorbreken, schieten de boekingen omhoog. Maar blind boeken is zonde. Na jarenlang redactiewerk en tientallen tripjes naar de Middellandse Zee (en verder), weet ik inmiddels dat ‘zonzeker’ niet altijd betekent dat je lekker zit, en dat goedkoop soms echt duurkoop is als je ineens 50 euro moet bijbetalen voor een koffer. In dit artikel neem ik je mee langs de klassiekers in Europa, maar dan wel met de eerlijke kanttekeningen die je in de reisbrochures vaak mist.
Spanje: Meer dan alleen Costa del Sol
Spanje blijft de onbetwiste koning van de zonvakanties voor Nederlanders. En terecht. Het is makkelijk aan te vliegen, het eten is goddelijk (mits je de toeristenvallen vermijdt) en de zon doet er zelden moeilijk. Maar er is een wereld van verschil tussen de Spaanse regio’s.
Neem nu Andalusië. Veel mensen boeken een strandvakantie aan de Costa del Sol en blijven daar plakken. Zonde. Ik raad mensen altijd aan: huur die auto. Rij het binnenland in. De hitte in steden als Sevilla of Córdoba is in juli en augustus weliswaar verstikkend – 40 graden is geen uitzondering, het voelt alsof iemand een föhn in je gezicht houdt – maar in het voor- of najaar is het er magisch. Het Alhambra in Granada is zo’n plek die je gezien moet hebben, maar let op: kaartjes moet je écht weken, zo niet maanden, van tevoren reserveren. Ik heb te vaak teleurgestelde reizigers bij de poort zien staan die dachten dat ze “wel even een kaartje aan de kassa konden kopen”. Vergeet het maar.
Dan de eilanden. Ibiza heeft die reputatie van feesten en dure DJ’s, en ja, als je 15 euro voor een colaatje wil betalen, kan dat daar prima. Maar het noorden van het eiland is verrassend rustig en groen. Voor de echte rustzoekers is buureiland Formentera eigenlijk de betere, sfeervollere optie. Het water is daar zo bizar helder dat je even denkt dat je in de Caraïben zit, totdat je een bordje ‘Calamares’ ziet staan.
Canarische Eilanden zijn een verhaal apart. Omdat ze geografisch eigenlijk bij Afrika horen, is dit de enige plek in “Europa” waar je in januari ook gewoon in je korte broek loopt. Gran Canaria en Tenerife hebben de naam wat massaal te zijn, maar als je wegblijft uit Playa del Inglés en de bergen in trekt, kom je in dorpen waar de tijd vijftig jaar heeft stilgestaan.
Griekenland: Eilandhoppen en Meltemi-wind
Griekenland heeft iets wat geen enkel ander land in Europa heeft. Die specifieke geur als je het vliegtuig uitstapt: een mix van wilde tijm, verhitte aarde en zilte zee. Het tempo ligt hier lager. “Siga siga” (rustig aan) is geen leus, het is een levenshouding waar je als gehaaste Nederlander even aan moet wennen. De ober negeert je niet, hij heeft gewoon geen haast.
Als je twijfelt over welke eilandgroep je moet kiezen, kijk dan goed naar wat je zoekt:
- De Cycladen (denk aan Santorini, Mykonos, Paros) zijn precies die plaatjes die je op Instagram ziet. Witgekalkte huisjes, blauwe koepels, dorre landschappen. Maar pas op voor de wind. In juli en augustus waait de ‘Meltemi’ hier vaak stevig door. Heerlijk verkoelend, maar het kan je stranddag ook verpesten als je gezandstraald wordt terwijl je je boek probeert te lezen.
- De Ionische eilanden (zoals Corfu, Zakynthos, Kefalonia) zijn totaal anders. Veel groener, meer invloeden van de Italianen en Venetianen, en de zee is er soms onwerkelijk blauw. Mijn persoonlijke favoriet is Kefalonia; het is nog net niet zo overlopen als Zakynthos.
- Kreta is eigenlijk een land op zich. Je kunt daar twee weken zitten en nog steeds maar een fractie gezien hebben. De noordkust is druk en vol hotels, de zuidkust is ruiger en rustiger. Een auto is hier echt noodzakelijk, tenzij je twee weken bij het hotelzwembad wilt blijven hangen (wat ook prima is, geen oordeel).
Portugal: Ruig, koud water en fantastische tegeltjes
Vaak hoor ik mensen zeggen: “Ik wil naar Portugal voor de zon, net als in Spanje.” Dat klopt deels, maar vergis je niet in de Atlantische Oceaan. Die is koud. Zelfs in hartje zomer is een duik in de Algarve even tandenbijten, in tegenstelling tot het theewater van de Middellandse Zee. Dat maakt het wel ontzettend verfrissend.
De Algarve is prachtig met die goudgele rotspartijen, maar het kan in plaatsen als Albufeira wel erg “friet van Piet” worden. Als je iets meer authentieks zoekt, kijk dan eens naar de regio Alentejo, net boven de Algarve. Uitgestrekte vlaktes, kurkeiken, geweldige wijnen en stranden waar je soms de enige bent. Het waait er wel vaker, wat het weer perfect maakt voor surfers of mensen die niet van bakken in 35 graden houden.
En vergeet Lissabon of Porto niet als startpunt van je zonvakantie. Een paar dagen stad combineren met daarna een week strand in Cascais of de Douro-vallei is voor mij de ideale balans.
Beste reistijd: Waarom ik augustus haat
Oké, dat is misschien wat sterk uitgedrukt, maar als je niet gebonden bent aan schoolvakanties: vermijd juli en augustus. Niet alleen betaal je de hoofdprijs (reken op 30 tot 50% meer voor accommodaties), het is op veel plekken in Zuid-Europa simpelweg te heet om iets te ondernemen. Slenteren door Rome of Athene bij 38 graden is geen pretje, dat is een overlevingstocht van schaduw naar airco.
Mijn favoriete maanden voor een zonvakantie in Europa zijn september en juni. In september is de zee de hele zomer opgewarmd, dus het water is heerlijk, maar de ergste hitte en de grootste drukte zijn weg. Mei kan ook prachtig zijn, alles staat in bloei, maar hou er rekening mee dat de zee dan nog best fris kan zijn na de winter.
Zoek je winterzon? Dan moet je binnen Europa echt naar de Canarische Eilanden of misschien Madeira. Op het vasteland van Spanje of Griekenland is het in januari gewoon jas-aan-weer, vergis je daar niet in.
Praktische tips die je reis redden
Het klinkt allemaal logisch, maar na jaren reiservaring zie ik mensen toch steeds dezelfde ‘fouten’ maken. Hier zijn een paar dingen die ik geleerd heb, soms door schade en schande:
- Let op ‘verborgen’ autohuurkosten. Je boekt voor 10 euro per dag een auto via een vergelijkingssite, en bij de balie in Spanje proberen ze je voor 200 euro extra verzekeringen aan te smeren. “Anders heb je geen dekking,” zeggen ze dan met een stalen gezicht. Check thuis je polis en sta stevig in je schoenen. Als je ‘nee’ zegt, blokkeren ze vaak een hoog bedrag op je creditcard (borg), dus zorg dat je die ruimte hebt op je kaart.
- Zonnebrandcrème is in badplaatsen vloeibaar goud. Serieus, in een supermarktje aan de Costa betaal je gerust 20 euro voor een flesje Nivea dat bij de Kruidvat in de aanbieding lag voor een tientje. Gewoon in je koffer stoppen dus.
- De ‘zeezicht’ toeslag. Bij veel hotels betaal je extra voor zeezicht. Soms is dat het waard, maar lees de reviews goed. Vaak betekent ‘zeezicht’ dat je, als je op het balkon op een stoel gaat staan en ver over de reling leunt, in de verte een stukje blauw ziet tussen twee betonblokken door. ‘Zij-zeezicht’ is makelaarstaal voor ‘uitzicht op de buren’.
- Vliegen en bagage. Budgetmaatschappijen zijn experts in het uitkleden van hun tarief. Dat ticket van 49 euro wordt al snel 150 euro als je een koffer en een stoelkeuze toevoegt. Wees kritisch: heb je voor een week zon echt 20 kilo kleding nodig? Ik reis tegenwoordig bijna alleen nog maar met handbagage. Scheelt geld én je staat na landing niet een uur bij die band te wachten.
- Check de lokale feestdagen. Niets is zo vervelend als aankomen op je bestemming en ontdekken dat alles, inclusief de supermarkten, drie dagen dicht is vanwege een lokale heilige. In katholieke landen als Spanje en Italië wordt dit serieus genomen.
Conclusie
Een geslaagde zonvakantie zit hem niet alleen in de locatie, maar in de mindset. Of je nu kiest voor een all-inclusive in Antalya (niks mis mee als je gewoon even nergens aan wilt denken) of een camping in Zuid-Frankrijk, het doel is loskomen van de dagelijkse sleur. Bereid je een beetje voor, boek die huurauto vooraf, en accepteer dat dingen in het zuiden soms net wat anders lopen dan in Nederland. Dat is juist de charme. En als die zon dan eindelijk op je gezicht schijnt terwijl je dat eerste koude biertje of die sangria bestelt, ben je die Hollandse regen zo weer vergeten.
