Vakantie Sicilië: Ontdek het Mooiste Eiland van Italië

Laat me één ding meteen duidelijk maken: Sicilië is geen standaard ‘vakantie in Italië’. Als je verwacht dat alles strak geregeld is zoals in Milaan, of dat het landschap glooiend en netjes aangeharkt is zoals in Toscane, dan kom je bedrogen uit. Sicilië is ruig. Het is intens. Het is soms een beetje chaotisch, maar op de best mogelijke manier.

Bij Travelzone zijn we al op veel plekken geweest, maar dit eiland raakt je anders. Het is een plek waar de tomaten zoeter smaken dan snoep, waar het verkeer eigen regels hanteert (namelijk: wie het hardste toetert, heeft voorrang) en waar de geschiedenis niet in een museum ligt, maar letterlijk op straat. Of je nu met een huurauto het eiland rondcrosst of je beperkt tot één regio, Sicilië slokt je op.

Ik neem je mee langs mijn persoonlijke hoogtepunten, de plekken waar je écht moet eten, en – heel belangrijk – hoe je de toeristenvallen ontwijkt en de hitte overleeft.

Het Oosten: Vuurbuik Etna en Chique Taormina

De meeste mensen landen op Catania. Vanuit het vliegtuig zie je ‘m al liggen: de Etna. Het is niet zomaar een berg; het is een permanent rokende reus die het leefritme aan de oostkust bepaalt. Iedereen wil de Etna op, en terecht, maar doe het alsjeblieft slim.

Het typische foutje dat ik vaak zie? Mensen die in hun korte broek en slippers naar boven gaan omdat het beneden 30 graden is. Doe het niet. Op 3.000 meter hoogte waait het hard en is het koud. Echt koud. Neem een jas mee. De tocht zelf is een avontuur. Eerst pak je de kabelbaan (Rifugio Sapienza), en daarna stuiter je met speciale 4×4 bussen door het maandlandschap verder omhoog. Het zwarte lavazand kraakt onder je schoenen, de zwavelgeur prikkelt in je neus en het uitzicht reikt bij helder weer tot aan Malta.

Vlakbij ligt Taormina. Eerlijk is eerlijk: het is er druk. In juli en augustus kun je er over de hoofden lopen. Maar, sla het niet over. Het Teatro Antico is een van de weinige plekken waar de oudheid en het nu zo perfect samenkomen. Terwijl je in een Grieks theater uit de derde eeuw voor Christus staat, zie je op de achtergrond de Etna roken en de blauwe Ionische zee schitteren.

Mijn tips voor Taormina:

  • Ga vroeg in de ochtend, rond 08:30 uur, of juist laat in de namiddag. De dagjesmensen uit de cruiseschepen zijn dan weg.
  • Vermijd de hoofdstraat (Corso Umberto) voor je lunch. Duik de zijsteegjes in. Zodra je trappetjes op of af moet, halveren de prijzen en verdubbelt de kwaliteit van het eten.
  • Isola Bella is prachtig, maar het kiezelstrand is klein. Waterschoenen zijn hier geen overbodige luxe, tenzij je voeten van leer zijn.

Palermo: Een aanslag op je zintuigen

Als we naar het westen gaan, komen we in Palermo. Mensen vragen me wel eens: “Is het daar veilig?” Ja, natuurlijk. Maar het is wel rauw. Palermo is een stad die je niet bezoekt, maar ondergaat. Het is lawaaierig, de gebouwen zijn een mix van vervallen barok en Arabische invloeden, en het eten… man, het eten.

Vergeet restaurants met witte tafelkleden. In Palermo gebeurt het op straat. Streetfood is hier religie. Je moet naar de Ballarò of Vucciria markt. Het is een kakofonie van vissers die hun vangst aanprijzen, scooters die zich door winkelende menigten wurmen en de geur van kruiden en gegrild vlees.

Wat moet je proeven? Als je lef hebt: Pane con la Milza. Dat is een broodje met milt en long (vaak met kaas en citroen). Klinkt heftig, maar de locals staan ervoor in de rij. Wil je het iets veiliger spelen? Pak een Sfincione, de Palermitaanse pizza die dikker, zachter en zoeter is dan zijn neefje uit Napels. En natuurlijk Panelle: gefrituurde kikkererwtenkoekjes. Voor twee euro heb je een lunch waar je uren op vooruit kunt.

Val di Noto: Barok en Chocolade

In het zuidoosten struikel je over de Baroksteden. Na de verwoestende aardbeving van 1693 hebben ze steden als Noto, Ragusa en Modica compleet opnieuw opgebouwd in een theatrale, honingkleurige barokstijl. Noto voelt bijna als een filmset, zo perfect zijn de verhoudingen.

Een persoonlijke favoriet is Modica. Niet alleen omdat de stad spectaculair tegen een helling is gebouwd (bereid je voor op traplopen), maar vanwege de chocolade. Ze maken hier chocolade volgens een oud Azteeks recept dat de Spanjaarden ooit meebrachten. Het wordt koud verwerkt, waardoor de suikerkristallen niet smelten. Het resultaat is een korrelige, intense chocolade die totaal anders is dan de gladde repen uit België of Zwitserland. Proef de variant met zeezout of, als je durft, met rode peper.

Stranden: Van Caribisch wit tot ruige rotsen

Je gaat natuurlijk ook naar Sicilië voor de zon. Travelzone.nl zou geen reisblog zijn als we niet kritisch keken naar de stranden. Het eiland heeft namelijk niet overal zandstranden; er zijn veel kiezels en rotsen.

Wil je dat witte zand en turquoise water? Dan moet je naar San Vito Lo Capo in het noordwesten. Het ziet eruit als de Caraïben, maar let op: in augustus ligt hier heel Italië op een handdoekje. Je ligt hutjemutje. Ga in juni of september, dan is het een paradijs.

Voor iets uniekers rijd je naar de zuidkust, naar de Scala dei Turchi. Het is geen zandstrand, maar een verblindend witte kalkstenen rotsformatie die in traptreden de zee in loopt. Vroeger kon je erop klimmen, tegenwoordig is het vaak afgesloten wegens erosiegevaar, maar de stranden ernaast bieden een waanzinnig uitzicht op dit natuurwonder.

Zoek je rust en natuur? Zet dan koers naar het Vendicari Natuurreservaat. Hier vind je ongerepte stranden (zoals Calamosche) waar geen strandbedjesverhuurders of luide muziek te bekennen zijn. Je moet er wel een stukje voor wandelen door de duinen, en neem zelf water mee, maar de beloning is groot. Vaak zie je hier in de zoutpannen flamingo’s staan.

De Siciliaanse Keuken: Een heiligdom

Eten op Sicilië is gebonden aan regels. Strenge regels. En als bezoeker kun je je er maar beter aan houden als je lekker wilt eten.

Neem het ontbijt. Vergeet je boterham met kaas. Hier eet je in de zomer Granita con brioche. Granita is geen schaafijs en geen sorbet, het zit er precies tussenin. Amandelgranita of citroen zijn de klassiekers. Je doopt je warme, zoete brioche-broodje in de ijskoude granita. Het is de enige manier om wakker te worden als het ’s ochtends al 25 graden is.

En dan de eeuwige strijd: Arancini. Deze gefrituurde risottoballen zijn overal te vinden. Maar let op het detail: in Palermo (west) zijn ze rond en heten ze arancina (vrouwelijk). In Catania (oost) zijn ze kegelvormig – als hommage aan de Etna – en heten ze arancino (mannelijk). Haal deze twee nooit door elkaar in het bijzijn van een local, want je krijgt een preek van een half uur.

Visliefhebbers moeten zwaardvis (Pesce Spada) proberen, vaak simpel gegrild met olijfolie en citroen. En natuurlijk Pasta alla Norma, hét gerecht van het eiland met aubergine, tomatensaus en gezouten ricotta (ricotta salata). Simpel, maar als de ingrediënten kloppen, wil je nooit meer iets anders.

Praktische tips voor je roadtrip

Sicilië is groot. Veel groter dan mensen denken. Van Palermo naar Siracusa rijden kost je zeker 3 tot 4 uur, zonder stops. Het openbaar vervoer is… nou ja, laten we zeggen ‘avontuurlijk’. Bussen komen zelden op tijd en treinen rijden niet overal.

  • Huur een auto (maar neem verzekering): Een auto is essentieel om de mooie plekjes te zien. Maar rijd defensief. Verkeersborden worden gezien als suggesties, niet als wet. En neem die full coverage verzekering. Een krasje is zo gemaakt in de smalle straatjes.
  • Parkeren: Blauwe lijnen betekent betalen. Witte lijnen is gratis (maar zeldzaam). Gele lijnen? Niet doen, dat is voor bewoners of gehandicapten. In steden als Palermo kun je de auto beter in een garage zetten en gaan lopen.
  • Siësta is echt: Tussen 13:30 en 16:30 is veel dicht. Winkels, banken, soms zelfs tankstations in de dorpen. Pas je ritme aan. Lunchen doe je uitgebreid, daarna ga je rusten of naar het strand, en pas na 20:00 komt het leven weer op gang voor het diner.

Conclusie

Sicilië is geen bestemming voor controlfreaks. Dingen lopen wel eens anders dan gepland. Misschien sta je in de file door een kudde schapen, of is dat ene museum net dicht omdat de beheerder vandaag geen zin had. Maar dat is de charme. Het dwingt je om te vertragen. Om te kijken om je heen. En om nog maar een cannolo te bestellen terwijl je wacht.

Het eiland biedt een mix die je nergens anders in Europa vindt: Griekse tempels die mooier zijn dan in Griekenland, invloeden uit Noord-Afrika, de flair van Italië en een natuur die soms lieflijk en soms verwoestend is. Ga erheen met een lege maag en een open vizier, en je hebt de reis van je leven.