Laten we eerlijk zijn: als we aan vakantie denken, dwalen onze gedachten vaak direct af naar witte stranden op Bali, roadtrips door de VS of op z’n minst een terrasje in Zuid-Spanje. Maar waarom vliegen we de hele wereld over terwijl we in Nederland vaak nog geen fractie hebben gezien van wat er voor onze neus ligt?
Ik heb jarenlang reisgidsen geschreven over verre oorden, maar de laatste tijd pak ik steeds vaker de auto (of de trein) voor een weekend weg in eigen land. En nee, dat is niet alleen omdat het makkelijker is of omdat ik geen zin heb in die wachtrijen op Schiphol. Nederland heeft iets geks. Het ene moment sta je in een futuristische skyline in Rotterdam, en drie kwartier later loop je door de middeleeuwse straatjes van Delft of sta je met je laarzen in de Zeeuwse klei.
Soms vergeten we gewoon hoe bizar divers dit kleine stukje aarde is. Ja, het weer is een dingetje — daar ga ik niet over liegen, een regenponcho is vaker nodig dan je lief is — maar als de zon schijnt? Dan is er weinig dat tipt aan een drankje op een gracht in Utrecht of uitwaaien op Vlieland.
Of je nu een doorgewinterde kampeerder bent of iemand die zweert bij boetiekhotels met 500-thread-count lakens, ‘vakantie in eigen land’ is geen troostprijs. Het is een keuze. Hier zijn de plekken waar ik keer op keer naar terugga, en waarom jij dat ook zou moeten doen.
De Waddeneilanden: Het ultieme buitenlandgevoel
Vraag een willekeurige Nederlander naar het ultieme vakantiegevoel in eigen land, en de kans is groot dat ze “de eilanden” zeggen. En terecht. Zodra je op die veerboot stapt in Harlingen of Den Helder, valt er letterlijk iets van je schouders. Het ruikt anders, de wind is harder, en het tempo ligt lager.
Mijn persoonlijke favoriet? Vlieland. Waarom? Omdat je je auto moet laten staan. Dat klinkt als gedoe, maar het is een zegen.
- Je bent aangewezen op de fiets of je eigen benen. Dat vertraagt alles. Geen files, geen getoeter, alleen het geluid van de zee en af en toe een meeuw die op je broodje aast.
- De Vliehors Express is zo’n ding dat je één keer gedaan moet hebben. Het wordt de “Sahara van het Noorden” genoemd, en als je op die enorme zandvlakte staat, voel je je echt nietig.
- Zoek je meer reuring, dan moet je op Texel zijn. Dat is eigenlijk Nederland in het klein. Je hebt er bossen, dorpen met echte winkels (niet alleen souvenirshops) en zelfs een eigen bierbrouwerij. Skuumkoppe smaakt nergens beter dan daar, direct uit de tap.
Vergeet ook Terschelling niet, zeker niet als je van cranberry’s houdt — die groeien daar letterlijk in de duinen sinds er ooit een vat aanspoelde in de 19e eeuw. Een stuk taart bij de koffie is daar geen optie, het is verplicht.
Zuid-Limburg: On-Nederlands heuvelachtig
Als je de A2 afrijdt richting Maastricht, zie je het landschap veranderen. Zodra je voorbij Weert bent, begint het. De wegen glooien, de huizen krijgen die typische vakwerk-look en de vlaai staat klaar. Voor veel Noorderlingen voelt Limburg als het buitenland, en dat is precies de charme.
Valkenburg is de klassieker, natuurlijk. Ja, het is toeristisch. Ja, in de kerstperiode kun je over de hoofden lopen in de grotten. Maar ga eens in het voorjaar of de vroege herfst. Huur een racefiets — of een e-bike, want vergis je niet in de Cauberg, die kuitenbijter is serieus steil — en duik het Heuvelland in.
Plaatsjes als Gulpen en Epen zijn fantastisch als uitvalsbasis. Je loopt zo de natuur in, langs kabbelende beekjes zoals de Gulp en de Geul. En het eten? Dat is hier religie. Een paar tips voor de bourgondiërs onder ons:
- Probeer eens ‘zuurvlees’ (zoervleisj). Klinkt misschien niet direct aantrekkelijk als je het niet kent, maar het is een heerlijk stoofpotje dat vaak met friet wordt gegeten.
- Maastricht heeft niet die gejaagdheid van de Randstad. Het Vrijthof is iconisch, maar duik liever de wijk Wyck in, aan de andere kant van het station. Daar zitten de leukere koffietentjes en speciaalzaken.
- Wijn uit Nederland? Zeker wel. De Apostelhoeve bij Maastricht maakt witte wijnen die in een blinde proeverij menig Franse fles verslaan. Je kunt er proeverijen doen met uitzicht over de wijngaarden. Als de zon schijnt, waan je je echt in de Loire.
De Hoge Veluwe en de Posbank
Natuur in Nederland is vaak aangeharkt. Rechte lijnen, bomen netjes in een rij. De Veluwe is daarop de uitzondering (grotendeels dan). Het is groots, soms een beetje desolaat en in augustus, als de heide in bloei staat, oogverblindend paars.
De Posbank bij Rheden is misschien wel het mooiste stukje Nederland. Het glooiende heidelandschap daar is onovertroffen. Het enige nadeel? Iedereen weet dit. Op een zonnige zondagmiddag sta je in de file om de parkeerplaats op te komen. Mijn advies: ga doordeweeks, of héél vroeg in de ochtend. Als de mist nog boven de heide hangt en je de Schotse Hooglanders langzaam wakker ziet worden, heb je het rijk voor je alleen.
Dan heb je nog Park De Hoge Veluwe. Je betaalt entree, wat sommige mensen tegenhoudt, maar die witte fietsen zijn goud waard. Je pakt er eentje bij de ingang, fietst dwars door zandverstuivingen en bossen, en parkeert hem voor de deur van het Kröller-Müller Museum. Een Van Gogh collectie midden in het bos — dat verzin je toch niet?
Stedentrips: Verder kijken dan Amsterdam
Begrijp me niet verkeerd, Amsterdam is prachtig. Maar als je vakantie viert in eigen land, wil je misschien juist even weg van de massa.
Utrecht: De gezelligste grachten
Utrecht voelt als een grote huiskamer. Het unieke aan de grachten hier zijn de werven. Je zit direct aan het water op een terras, ver onder het straatniveau. Geen auto’s die langsrazen, alleen bootjes die voorbij kabbelen. Huur zelf een sloep of een kano — de stad ziet er vanaf het water heel anders uit. En beklim die Domtoren. Het is een klim, je bent kapot boven, maar het uitzicht over de stad (en bij goed weer tot aan Rotterdam) maakt alles goed.
Rotterdam: Rauw en modern
Rotterdam is de stad die nooit “af” is. Waar andere steden pronken met hun historie, pronkt Rotterdam met de toekomst. De Markthal, het Depot van Boijmans Van Beuningen (die enorme spiegelpot), de Erasmusbrug… het is grootsstedelijk op een manier die je nergens anders in Nederland vindt.
- Pak de watertaxi. Het is de snelste en leukste manier om van A naar B te komen. Ze scheuren met een rotvaart over de Maas en je voelt je even James Bond in de polder.
- Katendrecht was vroeger een no-go area, nu is het hip. Ga naar de Fenix Food Factory voor lokaal bier en goede kazen.
De Hanzesteden: Zwolle, Deventer, Zutphen
Als je in het oosten moet zijn, kies dan voor de Hanzesteden. Deze steden waren in de middeleeuwen schathemeltjerijk door de handel, en dat zie je nog steeds. Deventer is mijn persoonlijke favoriet. Het heeft een soort statige rust over zich. Het Dickens Festijn in december is beroemd, maar ook in de zomer is het heerlijk slenteren langs de IJssel. Pak het pontje naar de overkant voor het beste uitzicht op de skyline van de stad. In Zutphen vind je prachtige hofjes waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan.
Waterland Friesland
Je kunt niet over Nederland schrijven zonder water te noemen. Friesland is de provincie waar water de wegenkaart bepaalt. Het huren van een boot is hier eigenlijk verplicht. En nee, je hebt voor de meeste sloepen of kleine motorjachten geen vaarbewijs nodig.
De Friese Meren (Sneekermeer, Tjeukemeer) zijn top, maar probeer eens de kleinere vaarten. Het is een kunst om je bootje aan te leggen bij een weiland, je stoeltje uit te klappen en de zon in het water te zien zakken terwijl de koeien je ongeïnteresseerd aanstaren.
Een waarschuwing: Giethoorn ligt technisch gezien in de Kop van Overijssel, vlakbij Friesland, en wordt vaak in één adem genoemd. Het is prachtig, echt waar, maar het is ook overvol. Wil je een vergelijkbare ervaring zonder tussen duizenden toeristen te varen? Ga naar Weerribben-Wieden. Hetzelfde soort rietlandschap, dezelfde bruggetjes, maar dan met een fractie van de drukte. Huur een fluisterbootje in Kalenberg en geniet van de stilte.
Zeeland: Meer dan alleen strand
Zeeland is voor mij de plek om echt even de knop om te zetten. “De wind door je haren” is hier geen cliché, het is een feitelijke constatering van windkracht 5. De stranden zijn hier breed en schoon. Plaatsen als Domburg en Zoutelande hebben iets sjieks, bijna mondains, met oude badpaviljoens en mooie villa’s in de duinen.
Maar duik ook eens de geschiedenis in. Middelburg is een onverwacht mooie stad met een rijk VOC-verleden. En natuurlijk de Deltawerken. Neeltje Jans bezoeken is indrukwekkend, zeker als je je realiseert dat dit bouwwerk ons letterlijk droge voeten garandeert. Het is technisch vernuft waar je u tegen zegt, en tegelijkertijd een bizar landschap van beton en staal in de woeste zee.
Probeer in Zeeland trouwens zeker de mosselen en de oesters. Verser krijg je ze niet. In Yerseke kun je ze direct bij de kweker proeven. Dat is puur natuur, zilt en zacht. Glaasje witte wijn erbij en je hebt geen Costa del Sol meer nodig.
Praktische tips voor de thuisblijver
Op vakantie in eigen land gaan klinkt simpel, maar vergis je niet: soms vraagt het net zoveel planning als een weekje Italië, vooral als je de massa wilt ontwijken.
- Boeken in populaire periodes (Meivakantie, zomervakantie) moet je echt maanden van tevoren doen als je op een leuke plek wilt zitten. De mooiste natuurhuisjes en campings aan zee zitten in januari al vol.
- De trein is vaak relaxter dan de auto, zeker voor stedentrips. Parkeren in Amsterdam of Utrecht kost je een vermogen (serieus, 50 euro per dag is geen uitzondering). Met de trein stap je in het centrum uit.
- Wees flexibel met het weer. Plan een museumdag in als back-up. Nederland heeft waanzinnige musea buiten de grote steden, zoals Voorlinden in Wassenaar of het Groninger Museum.
Vakantie in Nederland is herontdekken wat je eigenlijk al kende, maar dan met andere ogen. Het is het besef dat je niet 10 uur in een vliegtuig hoeft te zitten om verwonderd te raken. Soms is een uurtje rijden, de radio aan en een tas vol proviand alles wat je nodig hebt. En oké, misschien een regenjas. Voor de zekerheid.

