Vakantie Spanje: Zon, Zee en Cultuur

Je kent dat gevoel wel. De deuren van het vliegtuig gaan open op de landingsbaan van Alicante of Málaga en die warme deken van lucht slaat je in het gezicht. Het ruikt naar kerosine gemengd met dennennaalden en droge aarde. Spanje. Voor veel Nederlanders is het de comfortzone van Europa – we komen er al decennia, we spreken (gebrekkig) de taal van de menukaart en we weten dat de zon schijnt.

Maar laten we eerlijk zijn: Spanje is vaak het slachtoffer van zijn eigen populariteit. We denken bij een vakantie al snel aan overvolle stranden in Torremolinos of dronken toeristen in Lloret. Zonde. Want als je even verder kijkt dan de “friet van Piet” boulevards, vind je een land dat zo divers is dat het nauwelijks in één vakantie past. Van het regenachtige, Keltische noorden in Galicië tot de gortdroge woestijnen in Almería.

Hier bij Travelzone proberen we je altijd net even die andere kant te laten zien. Natuurlijk, strand is lekker. Maar heb je wel eens in een Sherry-bodega gestaan in Jerez waar het stof al honderd jaar op de vaten ligt? Dat is het echte werk.

De Costas: Welke kies je nu echt?

De Spaanse kustlijn is duizenden kilometers lang en elke ‘Costa’ heeft een compleet eigen karakter. Het is verleidelijk om gewoon de goedkoopste vlucht te boeken, maar het verschil in sfeer is gigantisch.

Neem de Costa Brava. Vroeger had dit stukje Catalonië een slechte reputatie door feestbestemmingen als Lloret de Mar, maar wie de auto pakt en richting Begur of Palafrugell rijdt, ziet iets heel anders. Ruige kliffen, baaitjes waar je letterlijk met trappen naar beneden moet klauteren en pijnbomen die tot in de zee groeien. Het water is hier vaak kraakhelder omdat de kustlijn rotsachtig is, niet alleen maar zand. Een persoonlijke favoriet is Tossa de Mar – ja, toeristisch, maar dat oude middeleeuwse fort aan het strand blijft waanzinnig fotogeniek.

Zak je verder af naar de Costa Blanca, dan kom je in het gebied van de eeuwige zon. Benidorm is hier de grote olifant in de kamer. Je houdt ervan of je haat het (die skyline is stiekem best indrukwekkend), maar rijd twintig minuten naar het noorden en je zit in Altea. Witte huisjes, blauwe koepelkerk, smalle steegjes. Hier voel je nog dat oude vissersdorp-gevoel, al moet je wel geluk hebben met parkeren in het hoogseizoen.

Helemaal in het zuiden ligt de Costa de la Luz. Dit is voor de avonturiers. Het ligt aan de Atlantische oceaan, niet de Middellandse Zee. Dat betekent: koud water, harde wind en eindeloze, ongerepte stranden. Tarifa is hier de hotspot. Als je van kitesurfen houdt, is dit je mekka. Verwacht hier geen massale hoogbouw, maar eerder relaxte strandtentjes en een vibe die meer aan Californië doet denken dan aan Europa.

Stedentrips met inhoud: Madrid, Barcelona en Valencia

Spanje is gezegend met steden die eigenlijk nooit vervelen, hoe vaak je er ook komt. Toch maken veel mensen de fout om ze te bezoeken als ‘strandvakantie plus’. Pas op: in de zomermaanden juli en augustus zijn steden als Madrid en Sevilla eigenlijk geen pretje. Het asfalt smelt en locals vluchten naar de kust.

Barcelona blijft de onbetwiste koningin, maar het toerisme is er heftig. Wil je de Sagrada Família zien? Boek je tickets drie weken van tevoren, anders kom je er écht niet in. Een tip van iemand die er vaak komt: skip de Ramblas. Het is duur, het eten is matig en je moet continu op je tas letten. Ga in plaats daarvan naar de wijk Gràcia. Dit was vroeger een apart dorp en dat merk je nog steeds aan de pleintjes waar kinderen voetballen en ouderen op bankjes zitten te kletsen. Hier drink je koffie voor de helft van de prijs en proef je de echte Catalaanse sfeer.

Madrid is een heel ander beest. Statig, groots en met een energie waar je ‘u’ tegen zegt. Het leven begint hier pas laat. Ga je om 19:00 uur eten? Dan zit je in een leeg restaurant. Madrilenen schuiven pas aan rond 22:00 uur. Het Prado museum is natuurlijk verplichte kost voor kunstliefhebbers, maar wandel ook eens door de buurt La Latina op zondagmiddag. De terrasjes puilen uit, iedereen drinkt vermouth en de tapas gaan rond.

En dan is er Valencia. Misschien wel de meest leefbare stad van Spanje. Het is vlak, dus je kunt er fantastisch fietsen (huur er zeker een!). De oude rivierbedding van de Turia is omgetoverd tot een kilometerslang park dat dwars door de stad slingert. Je fietst zo van het historische centrum naar het ultra-moderne Ciudad de las Artes y las Ciencias. Het voelt minder hectisch dan Barcelona en heeft, laten we eerlijk zijn, betere stranden direct aan de stad.

Eilandenleven: Ibizia en Mallorca voorbij de clichés

Bij Ibiza denken we vaak aan DJ’s met astronomische gages en cola van acht euro. Dat bestaat zeker, maar het noorden van het eiland is een oase van rust. Huur een auto (een kleine fiat 500 is prima) en rijd naar Portinatx of San Juan. De wegen slingeren door rode aarde en pijnboombossen. Je komt hippiemarkten tegen die, oké, commercieel zijn geworden, maar nog steeds een leuke sfeer hebben. In het laagseizoen, mei of oktober, is Ibiza misschien wel op zijn mooist.

Mallorca kampt met hetzelfde imago-probleem, vooral door plekken als Magaluf. Maar wist je dat de bergketen Serra de Tramuntana op de werelderfgoedlijst staat? Voor wielrenners en wandelaars is dit een paradijs. Dorpjes als Valldemossa en Deià zijn zo schilderachtig dat het bijna pijn doet aan je ogen. Het is er niet goedkoop, maar de uitzichten over de kliffen en de azuurblauwe zee zijn onbetaalbaar.

Eten en drinken: Hoe voorkom je de ‘Tourist Trap’?

Laten we het over eten hebben, want daar gaat het vaak mis. Je ziet die borden met plaatjes van gerechten buiten staan? Loop door. Als er een propper je naar binnen probeert te praten? Sla rechtsaf.

In Spanje draait alles om het ritme. De lunch (la comida) is de belangrijkste maaltijd van de dag, meestal tussen 14:00 en 16:00 uur. Zoek naar restaurants die een Menú del Día aanbieden. Dit is vaak een driegangenmenu inclusief brood en drank (wijn of bier!) voor een prijs tussen de 12 en 16 euro. Het is vers, lokaal en spotgoedkoop. Arbeiders, bankiers en studenten zitten hier zij aan zij te eten.

  • Bestel geen Sangria als je tussen de locals wilt zitten. Spanjaarden drinken meestal Tinto de Verano (rode wijn met citroenlimonade en ijs). Verfrissender, goedkoper en lichter.
  • Paella eet je ’s middags. Spanjaarden vinden het een te zwaar gerecht voor de avond. En een echte Paella Valenciana bevat geen vis, maar kip, konijn en snijbonen.
  • Kijk op de grond in de bar. Liggen er servetjes, olijfpitten en tandenstokers? Dat is gek genoeg een goed teken. Het betekent dat het er druk is en dat het eten waarschijnlijk goed is. In steriele bars gebeurt vaak weinig culinairs.
  • Ontbijten doe je niet uitgebreid thuis, maar staand aan de bar met een sterke café con leche en een tostada con tomate (geroosterd brood met olijfolie en geraspte tomaat). Simpelheid is hier koning.

Praktische zaken en de Spaanse mentaliteit

Wat je vooral mee moet nemen naar Spanje is geduld. De beroemde mañana-cultuur is geen mythe, al is het minder erg dan grappenmakers beweren. Het betekent voorla dat dingen gebeuren wanneer ze gebeuren. Een winkel kan zomaar een kwartiertje later openen omdat de eigenaar nog even koffie aan het drinken was met de buurman. Raak niet gefrustreerd, maar doe mee. Dat is vakantie.

Vervoer

De hogesnelheidstreinen (AVE) in Spanje zijn fantastisch. Je zoeft in 2,5 uur van Madrid naar Sevilla of Malaga. Het is vaak sneller en relaxter dan vliegen. Ga je een auto huren? Let dan heel goed op de voorwaarden. Veel goedkope verhuurders lokken je met prijzen van €5 per dag, om je aan de balie te verplichten een verzekering van €150 af te sluiten. Kies liever een partij met een duidelijk full-full brandstofbeleid en zonder verborgen kosten.

Spanje is uiteindelijk een land dat je moet beleven door je horloge af te doen. Of je nu verdwaalt in de smalle straatjes van het Alhambra in Granada, of gewoon drie uur lang op een terras zit in Málaga met een bordje Manchego kaas; het gaat om het vertragen. De zon, de zee en de cultuur zijn er niet om afgevinkt te worden, maar om in te verdwijnen.