Eerlijk is eerlijk: soms komt de muren op je af. Je zit vast in die eeuwige routine van werk, supermarkt, Netflix en slapen. In Nederland is het weer grijs, de agenda vol en je hebt gewoon even frisse lucht nodig. Dat is precies waar een stedentrip voor bedoeld is. Geen drie weken bijkomen aan een zwembad – dat is een heel ander soort vakantie – maar een paar dagen een compleet andere energie opsnuiven.
Europa is wat dat betreft een goudmijn. We vergeten vaak hoe bizar veel diversiteit we hier binnen twee uur vliegen (of treinen) tot onze beschikking hebben. Van de rauwe techno-bunkers in Berlijn tot de geur van verse versgebakken pastel de nata in Lissabon. Ik heb in de afgelopen jaren voor Travelzone tientallen steden bezocht, en het grappige is: elke stad doet iets anders met je. Londen geeft je een schop onder je kont door de snelheid, Parijs laat je vertragen (als je de toeristenvallen tenminste ontwijkt), en een stad als Praag voelt als een stap terug in een sprookjesboek.
Maar goed, kiezen is verliezen. Zeker als je maar een paar vrije dagen hebt en je budget niet oneindig is. Hieronder neem ik je mee langs de klassiekers die je gezien móét hebben, maar ik deel ook de plekken waar je misschien niet direct aan denkt. En ja, ook wat praktische lessen die ik helaas door schade en schande heb geleerd (tipje van de sluier: loop nooit Parijs door op nieuwe schoenen).
De Grote Drie: Klassiekers die nooit vervelen
Je kunt ze cliché noemen, maar er is een reden dat steden als Parijs, Berlijn en Londen bovenaan elk lijstje blijven staan. Het zijn werelden op zich. Als je hier “klaar” bent, heb je simpelweg niet goed genoeg gekeken.
Parijs: Meer dan alleen de Eiffeltoren
Vergeet Emily in Paris. Het echte Parijs is rommeliger, luidruchtiger en veel interessanter. Ik pak zelf het liefste de trein (Eurostar, voorheen Thalys). Je stapt uit op Gare du Nord en BOEM: chaos, croissants en sirenes.
De grootste fout die mensen maken is dat ze hun hele weekend rondom de Eiffeltoren en de Champs-Élysées plannen. Doe het niet. Ga naar Le Marais of struin langs Canal Saint-Martin. Daar zie je de Parijzenaars zitten met een fles wijn en een stokbroodje op de kade. Dat kost je zes euro bij de supermarkt en de ervaring is onbetaalbaar.
Voor kunst moet je natuurlijk naar het Louvre, maar heb je weinig tijd? Pak Musée d’Orsay. Dat is gevestigd in een oud treinstation, overzichtelijker en je staat oog in oog met Van Gogh zonder dat je drie uur in de rij staat voor een postzegelformaat Mona Lisa. En qua eten: vermijd restaurants met menu’s in vijf talen en plaatjes van het eten. Zoek naar de kleine bistro’s waar de menukaart met krijt op een bord geschreven staat en de bediening nors maar efficiënt is. Dat is de echte Franse ervaring.
Meer inspiratie nodig voor Frankrijk? Bekijk onze gids over stedentrips in Frankrijk voor de minder bekende parels.
Berlijn: Rauw, groot en verslavend
Berlijn is lelijk op de mooiste manier. Het is geen stad van gepolijste gevels zoals Wenen; het is een stad van littekens. Je voelt de geschiedenis op elke straathoek, en dat maakt het zo intens.
Wat je hier moet weten: de stad is enorm. Echt gigantisch. Je kunt niet “even” van Alexanderplatz naar Charlottenburg lopen. Huur een fiets of leer de U-Bahn (metro) waarderen. Een van mijn favoriete plekken is Tempelhofer Feld. Dit was vroeger het vliegveld van West-Berlijn, en nu is het een enorm stadspark. Je kunt skaten over de landingsbanen. Waar ter wereld kan dat nou? Het voelt apocalyptisch en bevrijdend tegelijk.
Qua eten is Berlijn koning in streetfood. Vergeet chique dineren; haal een döner kebab bij Mustafa’s (ja er staat een rij, ja het is het waard) of duik Kreuzberg in voor Vietnamees eten dat beter smaakt dan in menig restaurant in Hanoi. En het nachtleven… tja. Als je van techno houdt, is dit het mekka. Maar ook als je niet van beukende bassen houdt, zijn de biergartens en de barretjes langs de Spree perfect om uren te blijven hangen.
Londen: Duur maar de moeite waard
“Londen is zo duur.” Klopt. Ik ga daar niet over liegen. Je pinpas gaat hier pijn lijden. Maar de energie van Londen is ongeëvenaard. Het tempo ligt hier hoger dan waar dan ook in Europa.
Mijn advies voor Londen: verlaat het centrum. Westminster en Oxford Street zijn leuk voor een uurtje, maar de ziel van de stad zit in de wijken eromheen. Shoreditch voor de vintage winkels en graffiti, Borough Market voor het eten (probeer de raclette of de donuts van Bread Ahead), of ga naar Camden als je van alternatieve rockhistorie houdt.
De gratis musea zijn trouwens de beste hack om je budget in balans te houden. Het Tate Modern of het British Museum kosten je geen cent entree en je ziet wereldklasse kunst. Dat compenseert weer die pint van 7 pond die je daarna in de pub bestelt.
Slim reizen: Zo houd je budget over voor leuke dingen
Een weekendje weg hoeft echt geen honderden euro’s te kosten, zolang je maar stopt met reizen als een standaard toerist. Ik heb door de jaren heen een paar principes ontwikkeld waardoor ik vaker weg kan voor hetzelfde geld.
- Vliegtickets zijn op dinsdag- of woensdagochtend vaak goedkoper dan in het weekend. Zet een alert aan op Google Flights en boek zodra de prijs dipt. Wachten loont zelden.
- Ontbijt buiten de deur is een kostenpost die aantikt. In steden als Londen of Kopenhagen ben je zo 20 euro per persoon kwijt voor eieren en koffie. Doe als de locals: haal wat lekkers bij een bakkerij of supermarkt en eet het op in een park.
- Trap niet in de “City Pass” valkuil. Veel steden verkopen dure passen waarmee je “gratis” 50 musea in mag. Tenzij je van plan bent om als een bezetene vier musea per dag af te rennen, haal je dat geld er nooit uit. Reken het vooraf even uit.
- Wees flexibel met je bestemming. Wil je naar de zon? Kijk eens naar alternatieven. Iedereen wil naar Barcelona, waardoor de prijzen in mei door het dak gaan. Valencia is minstens zo leuk, vlakker (fijn om te fietsen) en het eten is vaak authentieker omdat ze niet alleen maar op toeristen draaien.
De verborgen parels (waar je buren nog niet zijn geweest)
De grote steden zijn fantastisch, maar soms wil je gewoon even iets anders. Weg van de massale groepen met selfie-sticks. Hier zijn drie steden die mij de afgelopen jaren echt verrast hebben.
Bologna, Italië
Iedereen gaat naar Rome, Florence of Venetië. Maar Bologna is de culinaire buik van Italië. Ze noemen de stad niet voor niets La Grassa (De Dikke). Je eet hier de beste pasta ragù (noem het alsjeblieft geen spaghetti bolognese) van je leven. Het centrum is compact, middeleeuws en roodkleurig. Er zijn minder toeristen, waardoor je in restaurants gewoon tussen de Italianen zit. De sfeer in de avond, als de studenten op het Piazza Maggiore zitten, is magisch.
Krakau, Polen
Vergeet het grauwe imago van Oost-Europa. Krakau is bruisend, prachtig en bizar betaalbaar. Het centrale marktplein is een van de grootste van Europa. De Joodse wijk Kazimierz zit vol met hippe cafés, foodtrucks en bars waar je nog voor een paar euro een biertje drinkt. Ja, een bezoek aan Auschwitz (vlakbij) is zwaar en indrukwekkend, maar de stad zelf viert het leven. Perfect voor een vriendenweekend.
Sevilla, Spanje
Als je zeker wilt zijn van zon en passie. De architectuur hier is een waanzinnige mix van Moorse en katholieke invloeden. Het Alcázar paleis is zo mooi dat het bijna nep lijkt (Game of Thrones is er niet voor niets opgenomen). In Sevilla leeft men buiten. Tapas eten doe je hier staand aan de bar, schreeuwend over de herrie heen, met een glas sherry of tinto de verano in je hand. Let wel op: in de zomer wordt het hier 40 graden. Ga in het voor- of najaar.
Zoek je toch iets meer rust of natuur? Overweeg dan eens een combinatie van stad en natuur, of kijk naar onze tips voor campings in de buurt van steden. Soms is de combinatie van een tent en een dagtripje naar de stad de perfecte balans.
Checklist voor vertrek
Voor je je koffer dichtritst, nog een paar laatste checks. Ik heb ooit in Lissabon gestaan met alleen maar hoge hakken en nette schoenen. Die stad bestaat uit zeven heuvels en gladde kasseien. Geloof me, dat doe je maar één keer.
- Schoenen zijn je belangrijkste bezit. Je gaat lopen. Veel lopen. 15.000 tot 20.000 stappen per dag is geen uitzondering tijdens een citytrip. Laat de mode even voor wat het is en kies voor comfort.
- Powerbank is levensreddend. Je gebruikt je telefoon voor alles: navigeren, tickets, foto’s, betalen. Als je batterij om 14:00 uur leeg is, ben je letterlijk de weg kwijt.
- Download de kaarten van Google Maps offline. Ook al is er geen roaming meer in de EU, soms heb je in dikke kerkmuren of smalle steegjes gewoon geen bereik.
- Laagjes kleding. In de zon op een terras is het warm, maar zodra die zon weg is of je een koude kathedraal inloopt, sta je te rillen. Een goede inpaklijst bespaart je een hoop ellende ter plekke.
Tot slot: Gewoon gaan
Het gevaar van stedentrips plannen is dat je te lang blijft hangen in de “waar zullen we heen gaan”-fase. Er is altijd wel een reden om niet te gaan. Te druk op werk, de badkamer moet verbouwd worden, of het komt financieel net niet lekker uit.
Mijn ervaring? Zodra je in dat vliegtuig of die trein zit, valt dat allemaal van je af. De geur van een vreemde stad, de eerste hap van een lokaal gerecht en het dwalen door straten die je niet kent, geeft je energie waar je weken op kunt teren. Dus prik een datum, en ga. Europa wacht op je.
