Roadtrip Europa: Tips voor de mooiste routes en voorbereiding

tmpxnydi213

Er is iets magisch aan de auto inspringen, de deur dichttrekken en gewoon gaan. Nee, wacht. Laten we eerlijk zijn. Het begint meestal met Tetris spelen in de kofferbak, ruzie over wie de muziek beheert en de eerste file op de A2 nog voordat je de grens over bent. Maar als dat eenmaal achter de rug is? Dan is een roadtrip door Europa misschien wel de mooiste manier van reizen die er bestaat.

Ik heb inmiddels tienduizenden kilometers asfalt gevreten op dit continent. Van de chaotische rotondes in Zuid-Italië waar verkeersregels slechts ‘suggesties’ zijn, tot de desolate eentonigheid van Noord-Zweedse wegen waar je urenlang alleen maar elanden en dennenbomen ziet. Bij Travelzone.nl krijgen we vaak de vraag: “Wat is nou écht de mooiste route?” Het antwoord is zelden simpel, want het hangt er maar net vanaf hoeveel geduld (en budget) je hebt.

Hieronder geen gelikte VVV-praatjes, maar de rauwe realiteit van roadtrippen in Europa. De routes die de moeite waard zijn, en het papierwerk dat je vakantie kan maken of breken.

De voorbereiding: Saai, maar het redt je vakantie

Kijk, iedereen droomt van die zonsondergang op een bergpas. Niemand droomt van staande gehouden worden door een chagrijnige Franse gendarme omdat je een sticker mist. De bureaucratie in Europa is helaas nog lang niet uniform. Elk land verzint zijn eigen regeltjes om automobilisten geld af te troggelen – of nou ja, het milieu te redden.

Dit zijn de dingen die ik standaard check voor ik ook maar één meter rijd, uit schade en schande wijs geworden:

  • Frankrijk en hun Crit’Air vignet. Vroeger kon je gewoon Parijs inrijden, nu heb je in milieuzones (wat praktisch elke grote stad is tijdens smog) die sticker nodig. Het kost een paar euro, maar de levertijd is weken. Ik heb mensen hun auto aan de rand van Lyon zien parkeren omdat ze het vergeten waren.
  • Duitsland is streng op de Umweltplakette. Heb je een oudere diesel? Check dan goed of je de stadscentra überhaupt nog in mag. Geen sticker = €80 boete (of meer, tarieven veranderen continu).
  • De ZTL-zones in Italië zijn mijn persoonlijke nachtmerrie. Zona Traffico Limitato. Je rijdt argeloos een historisch centrum in, ziet geen slagboom, maar camera’s registreren je kenteken. Drie maanden later ploft er een boete van €100+ op je deurmat. Gebruik Waze, die waarschuwt hier vaak voor, maar niet altijd.
  • Vignetten voor snelwegen. In Oostenrijk en Zwitserland moet je plakken. Let op met Zwitserland: als je met een caravan gaat, heb je twee vignetten nodig. Eentje voor de auto, eentje voor de sleurhut. Dat is toch weer vier tientjes extra. Tegenwoordig kun je voor Oostenrijk ook een digitaal vignet kopen, scheelt weer krabben op je voorruit.

Route 1: De ruige Balkan-route (Adriatische Magistrale)

Vergeet de Route du Soleil. Als je echt wilt rijden, pak je de Jadranska Magistrala in Kroatië. Dit is de D8, de kustweg die helemaal van Rijeka naar het zuiden slingert, richting Montenegro. Ik heb deze weg een paar jaar geleden gereden en eerlijk: het is inspannend, maar fenomenaal.

Links zie je kale, grijze bergen die stijl omhoog schieten, rechts de diepe, turquoise Adriatische zee. Het asfalt is op sommige plekken spiegelglad (letterlijk, pas op als het regent, het wordt een ijsbaan), en lokale bestuurders halen in op plekken waar je je hart vasthoudt. Maar de uitzichten? Onbetaalbaar.

Een paar specifieke tips als je deze kant op gaat:

  • Slovenië is de perfecte tussenstop, maar de Vršič-pas is krap. Heb je een brede camper? Liever omrijden. Met een personenauto is die pas, met z’n 50 haarspeldbochten en kinderkopjes in de bochten, geweldig sturen.
  • Tanken in Bosnië (als je een doorsteekje maakt bij Neum) is vaak goedkoper dan in Kroatië zelf.
  • Montenegro is wilder. De Baai van Kotor is prachtig, maar het verkeer rolt daar muurvast in de zomer. Ga vroeg in de ochtend of in het voorseizoen.

Route 2: Het Hoge Noorden (zonder failliet te gaan)

Noorwegen staat op ieders bucketlist, en terecht. Maar man, wat is het duur. Een biertje kost je al snel €10 en die veerboten tikken ook aan. Toch is de Atlanterhavsveien (Atlantische Weg) de hype waard. Het is kort, slechts 8 kilometer aan bruggen die over de zee lijken te dansen, maar het gevoel is onbeschrijfelijk.

Wat veel mensen vergeten is de aanrijroute. Je moet eerst door Denemarken en Zweden. De E4 langs de Zweedse oostkust is… saai. Echt saai. Urenlang rechte weg. Mijn advies? Pak de Wildernisroute (Vildmarksvägen) in Zweden als je tijd hebt. Die loopt door het binnenland richting Lapland. Je komt beren tegen, watervallen en hoogvlaktes.

Praktische zaken voor het noorden:

  • Het Allemansrecht in Zweden en Noorwegen betekent dat je (bijna) overal mag wildkamperen. Maar let op: niet in tuinen, niet op akkers en neem je rotzooi mee. De locals beginnen strontziek te worden van toeristen die hun ‘wc-papier’ in de natuur achterlaten. Graaf een gat of neem het mee.
  • Alcohol meenemen vanuit Duitsland is de standaard tactiek van elke Hollander. De douane checkt steekproefsgewijs, maar als je binnen de limieten blijft, bespaar je honderden euro’s op je vakantieborrel.
  • Houd rekening met muggen. In de zomer, vooral juni en juli in het binnenland, word je lekgeprikt. Koop lokaal spul (met veel DEET), dat Nederlandse citronella-kaarsje werkt daar voor geen meter.

Route 3: De Alpenklassiekers (voor de stuurmanskunst)

Soms wil je gewoon bochten. Veel bochten. De Dolomieten in Noord-Italië zijn daarvoor het walhalla. De Grote Dolomietenweg van Bolzano naar Cortina d’Ampezzo is legendarisch. Je rijdt onder die bizarre, puntige rotspartijen door die bij zonsondergang roze kleuren.

Een waarschuwing is hier wel op zijn plaats: campers en caravans hebben hier eigenlijk niks te zoeken op de smalle passen zoals de Stelvio. Ik heb de Passo dello Stelvio gereden in een stationwagen en moest al steken in sommige haarspeldbochten. Als er dan een camper van de andere kant komt, staat alles vast. Doe jezelf en anderen een lol: pak de bredere wegen als je met zwaar materieel bent.

Wil je de ultieme bergervaring? De Grossglockner Hochalpenstraße in Oostenrijk. Ja, je betaalt tol (rond de €40 voor een dagkaart), maar het asfalt is biljartlaken-strak en het uitzicht op de gletsjer (of wat er nog van over is) is indrukwekkend.

Auto-checklist: Omdat stilstaan langs de Autobahn geen vakantie is

Je kunt de mooiste route plannen, maar als je radiator ontploft bij Frankfurt is de lol er snel af. Ik ben geen monteur, maar er zijn een paar dingen die ik altijd in de kofferbak gooi, naast de standaard gevarendriehoek:

  • Een liter motorolie van het juiste type. Bij een tankstation langs de snelweg betaal je de hoofdprijs, soms wel €30 voor een flesje.
  • Duct tape en tie-wraps. Serieus. Ik heb ooit een loshangende bumper vastgemaakt met tie-wraps na een onzachte aanvaring met een Italiaans paaltje. Het hield de hele terugweg naar Nederland.
  • Een fysieke wegenkaart. Ja, echt. Ouderwets papier. In de bergen valt je 4G/5G vaak weg en GPS is niet altijd heilig. Bovendien geeft een kaart je veel beter overzicht van de omgeving dan dat kleine schermpje. Michelinkaarten zijn wat mij betreft nog steeds de goudstandaard.
  • Reservebril of contactlenzen als je brildragend bent. In sommige landen (zoals Spanje en Frankrijk) is het zelfs verplicht om een reservebril in de auto te hebben.

Tolwegen: De sluipmoordenaar van je budget

We moeten het even over geld hebben. Brandstof is duur, maar tolwegen zijn de echte kostenpost waar mensen zich op verkijken. Vooral Frankrijk is berucht. Een retourtje Zuid-Frankrijk via de Péage kost je al snel €160 à €180 alleen aan tol. Tel daar benzine bij op en vliegen wordt ineens verleidelijk.

Je kunt tol vermijden door de Routes Nationales te nemen. Dat heeft charme – je komt door slaperige dorpjes en langs de lokale bakker – maar het kost je uren extra. En met alle rotondes en het remmen-optrekken verbruik je meer brandstof. Het is een afweging: tijd of geld? Ik kies op de heenweg vaak voor de (dure) snelle route om kilometers te maken, en op de terugweg pak ik stukjes binnendoor.

Tip: Neem een tolbadge (zoals Bip&Go of van de ANWB). Je kunt dan door de poortjes rijden waar een ’t’ boven staat zonder te stoppen. Je ziet al die mensen in de rij staan met hun creditcard of kleingeld te klooien, terwijl jij met 30 km/u doorzoeft. Dat gevoel van superioriteit is die paar euro abonnementskosten per maand al waard.

Tot slot: Flexibiliteit is koning

Het belangrijkste advies dat ik kan geven na al die jaren Travelzone-avonturen: plan niet alles dicht. De mooiste momenten gebeuren als je van je plan afwijkt. Die keer dat we per ongeluk in een dorpsfeest in Slovenië belandden omdat we de verkeerde afslag namen. Of die keer dat we niet meer op de camping terecht konden en moesten slapen in een goedkoop motel waar de eigenaar ons trakteerde op zelfgestookte schnapps.

Roadtrippen gaat om de vrijheid om te stoppen waar je wilt. Dus gooi die kofferbak vol, check je oliepeil, plak die stickers op je ruit en ga. En als je in de file staat voor de Gotthardtunnel: zet de muziek harder en lach erom. Het hoort erbij.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *