Stedentrip Londen: De Ultieme Citygids

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: Londen put je uit. Als je op zoek bent naar een weekendje ’total relax’, boek dan liever een huisje op de Veluwe. Maar als je energie krijgt van een stad die letterlijk nooit stilstaat, waar de geschiedenis op elke straathoek tegen je aan botst en waar je de beste Indiase curry buiten Mumbai kunt eten? Dan is Londen absoluut onverslaanbaar.

Ik kom er nu al meer dan vijftien jaar, soms voor werk, vaak gewoon omdat ik het mis. Ik heb de stad zien veranderen van een enigszins betaalbare bestemming naar een plek waar je soms met je ogen knippert als je de rekening van een kop koffie ziet. Toch blijf ik terugkomen. Er hangt een bepaalde elektriciteit in de lucht – en dat komt niet alleen door de haperende airco in de Central Line.

In deze gids ga ik je niet vertellen dat “Londen een unieke mix is van oud en nieuw”. Dat weet je al. Ik neem je mee langs de plekken die er écht toe doen, de valkuilen die je moet vermijden (kuch, Leicester Square restaurants, kuch) en hoe je je weekend redelijk betaalbaar en vooral ontzettend leuk houdt.

De Klassiekers: Wel of niet doen?

Als je voor de eerste keer gaat, ontkom je niet aan de grote iconen. Het punt is alleen: hoe pak je ze aan zonder drie uur in de rij te staan of de hoofdprijs te betalen?

Big Ben en het politieke hart

Jarenlang stond de beroemdste klok ter wereld in de steigers (wij noemden het gekscherend ‘Big Box’), maar inmiddels glimt hij weer als nooit tevoren. Het goudverf knalt er letterlijk vanaf. Loop er zeker even langs.

Mijn advies voor de beste foto? Ga niet op de brug zelf staan vechten met honderd selfiesticks. Loop de brug over richting de zuidoever en duik het kleine tunneltje in onder de brug (naast het St Thomas’ Hospital). Je hebt daar een perfect frame van de Theems en het parlementsgebouw, vaak zonder dat er iemand voor je lens springt.

De London Eye: Eerlijk oordeel

Kijk, het uitzicht is mooi. Maar is het dertig pond (of meer, afhankelijk van het tijdslot) mooi? Twijfelachtig. Je staat een half uur in een glazen capsule die tergend langzaam draait. Met kinderen is het vaak wel een hit, dat geef ik toe.

Wil je een vergelijkbaar uitzicht zonder dat je portemonnee begint te huilen? Boek een gratis ticket voor de Sky Garden. Het zit bovenin de ‘Walkie Talkie’ wolkenkrabber aan Fenchurch Street. Je moet weken van tevoren reserveren via hun site – echt doen, want spontaan binnenlopen lukt bijna nooit meer – maar dan sta je wel gratis tussen de palmbomen met uitzicht op de Shard en de Tower Bridge. En de koffie is er betaalbaar.

Tower Bridge

Niet te verwarren met London Bridge (wat eigenlijk gewoon een saai stuk beton is). De Tower Bridge is dat sprookjesachtige gevaarte met de blauwe torens. Het is gratis om eroverheen te lopen en dat moet je zeker doen. Als je geluk hebt, gaat hij open voor een groot schip; dat gebeurt vaker dan je denkt. Check de brugtijden online als je dit spektakel wilt zien, het schema staat gewoon op hun site.

Musea: Waarom Londen hierin koning is

Londen is duur qua hotels en eten, maar de culturele rijkdom krijg je bijna overal cadeau. De meeste grote musea zijn gratis toegankelijk (donaties worden gewaardeerd, maar zijn niet verplicht). Dit is ideaal voor een stedentrip: je hoeft je niet schuldig te voelen als je na drie zalen denkt “nu heb ik het wel gezien” en weer naar buiten loopt.

Hier zijn mijn persoonlijke favorieten, en hoe je ze het beste tackelt:

  • British Museum: Dit gebouw is overweldigend groot. Probeer niet alles te zien, dat is fysiek onmogelijk. Loop direct naar de Rosetta Stone (druk, even ellebogenwerk), check de Parthenon sculpturen en loop dan door naar de Egyptische mummies boven. Heb je nog puf? De afdeling Assyrische leeuwenjacht-reliëfs wordt vaak overgeslagen maar is indrukwekkender dan menig blockbuster film.
  • Tate Modern: Alleen al voor de Turbine Hall moet je hierheen. Dit is een oude elektriciteitscentrale omgebouwd tot museum voor moderne kunst. De immense hal beneden heeft vaak gigantische installaties waar je stil van wordt. De collectie boven? Soms geniaal, soms een stapel bakstenen waarvan je de kunst niet helemaal snapt. Maar hé, het is gratis. Het uitzicht vanaf het balkon op de bovenste verdieping kijkt recht op St. Paul’s Cathedral: goud waard.
  • Natural History Museum: Die prachtige grote hal met het walvisskelet (Hope) dat aan het plafond hangt. Als je op een regenachtige zaterdag gaat: sterkte. De rijen zijn dan gigantisch. Ga doordeweeks of direct om 10:00 uur ’s ochtends.

Shoppen zonder frustratie

Iedereen kent Oxford Street. En als ik heel eerlijk ben: vermijd het als de pest. Het is er zo druk dat je schuifelend over de stoep moet, de winkels zijn rommelig en de sfeer is gehaast. Wil je toch die grote merken zien? Ga naar Regent Street net om de hoek. De straat is breder, de gebouwen zijn statiger en het voelt gewoon chiquer aan, ook al zijn de winkels grotendeels hetzelfde.

Voor het échte leuke winkelen zoek je de kleinere gebieden op:

  • Duik Carnaby Street en de straatjes erachter in. Liberty London zit hier ook – dat prachtige Tudor-vakwerk gebouw. Zelfs als je geen £50 voor een sjaaltje wilt betalen, loop even naar binnen voor het houtsnijwerk en de bloemenafdeling.
  • Seven Dials in Covent Garden is een wirwar van zeven straatjes met boetiekjes, hippe koffietentjes en minder massale ketens. Veel relaxter.
  • Zoek je vintage? Brick Lane in Shoreditch is waar je moet zijn. In het weekend stikt het hier van de marktkraampjes in de oude brouwerijgebouwen. Je vindt er alles: van tweedehands Japanse kimono’s tot vinylplaten.

Eten en Drinken: Van ‘Posh’ tot Pub

Het cliché dat Engels eten slecht is, kunnen we inmiddels wel begraven hopenlijk. Londen is een culinair walhalla, mits je weet waar je moet kijken. Ja, je kunt er smerige *fish and chips* eten die naar oud vet smaken, maar dat is een keuze.

Mijn gouden regel: eet op de markten.

Borough Market bij London Bridge is de bekendste. Het is een aanslag op je zintuigen in de beste zin van het woord. De geur van gesmolten raclette-kaas waait je tegemoet zodra je onder het spoorviaduct doorloopt. Is het toeristisch? Ja. Is het de moeite waard? Absoluut. Haal een doughnut bij Bread Ahead (die met vanillecrème is legendarisch) of een paddenstoelenrisotto bij de kraam die grote pannen staat te roeren. Probeer, als het even kan, tussen de lunch en het diner in te gaan, anders loop je echt over de hoofden.

Voor de avond is er maar één advies: de pub. Niet zozeer voor het culinaire hoogstandje, maar voor de sfeer. Een zondag in Londen is niet compleet zonder een Sunday Roast. Grote stukken vlees, Yorkshire puddings (een soort luchtig beslag-gebakje), geroosterde aardappelen en véél jus. Let op: bij de echt goede pubs moet je hiervoor reserveren. De Britten nemen hun roast uiterst serieus.

Praktische zaken die je reis makkelijker maken

Er zijn een paar dingen die ik door schade en schande heb geleerd.

Ten eerste: het vervoer. Jarenlang liepen we te klooien met Oyster cards die je moest opladen bij automaten die net je muntgeld niet pakten. Die tijd is voorbij. Je kunt nu gewoon in- en uitchecken met je normale Nederlandse bankpas of creditcard (contactloos). Het kost exact hetzelfde als een Oyster card en het scheelt je €7 borg. Let wel op dat je altijd met dezelfde pas of telefoon in- en uitcheckt, anders snapt het systeem het niet en betaal je het dagtarief dubbel.

Nog een dingetje over de metro (de Tube): vermijd de spits als je leven je lief is. Tussen 8:00 en 9:00 uur ’s ochtends en 17:00 en 18:00 uur ’s avonds is het geen pretje. Sta je toch in de spits op Oxford Circus? Loop dan. Vaak ben je bovengronds sneller bij je volgende bestemming dan wanneer je je door de gangenstelsels onder de grond moet wurmen.

En neem een wereldstekker mee. Het klinkt als een open deur, maar ik heb te vaak mensen in paniek bij de receptie zien staan omdat hun telefoon leeg was en ze die gekke Britse driepoot-stopcontacten waren vergeten.

Conclusie

Londen is een stad die onder je huid kruipt. Het is soms vies, het is altijd luid en na drie dagen heb je waarschijnlijk blaren op je voeten van het vele lopen. Maar als je dan ’s avonds langs de Theems loopt en de lichten van de stad in het water ziet weerspiegelen, terwijl je de metro in de verte over een brug hoort denderen, dan snap je het.

Het is de stad waar je de hele wereld in één wijk tegenkomt. Of je nu gaat voor de musea, de vintage markten in het oosten of gewoon om de sfeer van een oude pub op te snuiven: bereid je voor, neem goede wandelschoenen mee en geef je over aan de chaos. Veel plezier!