Kamperen in Frankrijk: De beste tips voor tent en caravan

tmpgnbs6hzk

Laten we eerlijk zijn: als een Nederlander ‘zomervakantie’ zegt, denkt de helft van ons direct aan de Route du Soleil, een stokbrood onder de arm en de geur van die typische pijnbomen. Frankrijk is en blijft onze onbetwiste nummer één. En terecht. Maar wie denkt dat kamperen in Frankrijk simpelweg een kwestie is van de caravan aankoppelen en ‘we zien wel’ roepen, komt vaak bedrogen (en bezweet) uit.

Ik heb het allemaal gedaan. Van het hannesen met een pop-up tentje in de stromende regen in Normandië tot het waterpas zetten van een caravan bij 35 graden in de Provence terwijl de buren gniffelend toekeken. Ervaring leert, zeggen ze. Daarom slaan we de algemene open deuren over. Hier is wat je écht moet weten als je met je tent of sleurhut La douce France gaat trotseren.

De reis ernaartoe: Tolwegen, Zwarte Zaterdagen en de Route Nationale

Het begint al op de oprit. De navigatie zegt 12 uur rijden, maar je weet dat dat optimistisch is. De keuze die je vooraf moet maken is simpel maar cruciaal: betaal je de hoofdprijs voor snelheid, of kies je voor sfeer?

De Peáge is efficiënt, absoluut. Maar als je met een caravan naar Zuid-Frankrijk rijdt, tik je zo 100 euro aan tol af. Enkele reis. Een alternatief waar ik de laatste jaren steeds meer fan van ben geworden, is de Route Nationale (nu vaak aangeduid met D-nummers). Je rijdt door slaperige dorpjes, tankt goedkoper bij de supermarché in plaats van die dure snelwegpompen, en je ziet nog eens wat. Het nadeel? Rotondes. Honderden rotondes. Met een zware caravan kan dat na drie uur wel gaan vervelen.

Even over ‘Zwarte Zaterdag’: doe het jezelf niet aan. Echt, ik heb gezinnen gezien die op vrijdagavond vertrokken “om de files voor te zijn” en vervolgens in de buurt van Lyon compleet vastliepen omdat heel Europa dat idee had. Plan je reis indien mogelijk op een zondag. Vrachtverkeer mag dan (meestal) niet rijden en de Fransen zelf zitten dan aan de lunch bij oma. De weg is voor jou.

Vergeet die milieusticker niet

Dit is zo’n dingetje dat mensen vaak vergeten tot ze de boete op de mat krijgen. Veel Franse steden (ook steden waar je ‘alleen maar even langsrijdt’ op de ringweg, zoals Parijs of Lyon) hebben milieuzones. Zonder Crit’Air vignet ben je de klos. Het kost een paar euro online, maar levert je een hoop rust op. Plak ‘m gewoon rechtsonder op je voorruit en je bent klaar voor de komende jaren.

Kamperen met de tent: Grondsoorten en hitte

Als je gewend bent om je haringen in de zachte Veluwse grasmat te duwen, staat je in Zuid-Frankrijk een verrassing te wachten. Vooral in de Ardèche, de Drôme en aan de Côte d’Azur is de bodem vaak harder dan beton. Het is een mix van klei en stenen die in de zomermaanden compleet is uitgedroogd.

  • Neem alsjeblieft rotspennen mee. Van die zware, stalen spijkers. Die standaard aluminium haringen die bij je tent zitten, buigen krom zodra ze de Franse bodem raken.
  • Gooi die rubberen hamer maar achterin de schuur. Je hebt een klauwhamer nodig. Een echte. Anders sta je drie kwartier te tikken op één haring.
  • Kijk eerst waar de zon opkomt voordat je de tent opzet. In Nederland willen we zon op de tent; in de Provence wil je dat absoluut niet. Je tent verandert om 08:00 uur ’s ochtends in een sauna als je geen schaduw pakt.
  • Leg een grondzeil onder je tent dat iets kleiner is dan de tent zelf. Steekt het uit? Dan vangt het bij een onverwachte hoosbui al het water op en leidt het zo onder je slaapzak. Heb ik helaas door schade en schande moeten leren.

Caravan tips: Manoeuvreren en elektra

Frankrijk is ingericht op kampeerders, maar Franse campings… dat is een ander verhaal. Waar in Nederland de plekken vaak strak afgebakende vierkanten zijn, is een Franse plek (emplacement) vaak wat speelser. Lees: er staat precies in het midden een olijfboom of de plek loopt schuin af.

Levelen is een kunst. Omdat het terrein vaak glooiend is, zijn goede oprijblokken (die gele keggen) onmisbaar. Draai nooit, maar dan ook nooit, je uitdraaipoten uit om de caravan recht te zetten. Je forceert het chassis en voor je het weet heb je blijvende schade. De wielen moeten waterpas staan, de pootjes zijn alleen voor stabiliteit.

En dan de stroom. De blauwe CEE-stekker is standaard, maar op de oudere Camping Municipal kom je soms nog wel eens een Frans stopcontact met zo’n vreemde pin tegen. Een verloopstukje kost niks en redt je vakantie. Oh, en check het ampèrage. In Nederland krijg je vaak standaard 6 of 10 ampère. In Frankrijk kan dat op goedkopere campings zomaar 3 of 4 ampère zijn. Zet je dan je waterkoker en je boiler tegelijk aan? Pof. Donker. En dan moet je in je beste steenkolenfrans de beheerder gaan zoeken.

Camping Municipal: Het best bewaarde geheim

Iedereen kent de gigantische campings van de grote ketens. Gliybanenparken, animatieteams die Macarena dansen tot middernacht en prijzen waar je steil van achterover slaat. Prima als dat je ding is. Maar wil je het échte Frankrijk? Zoek dan naar de Camping Municipal.

Dit zijn campings die eigendom zijn van de gemeente. Ze zijn vaak spotgoedkoop (soms sta je er voor 15 euro per nacht, zelfs in het hoogseizoen), liggen op toplocaties net buiten het dorp en zijn simpel. Geen disco, wel schoon sanitair en veel ruimte. Hier ontmoet je de Fransen zelf, die hier hun weekend doorbrengen. Het is rustiger, authentieker en je houdt budget over om ’s avonds lekker uit eten te gaan.

Het ‘zwembad-fiasco’ en andere eigenaardigheden

Je hebt je koffer ingepakt, je zwemshorts liggen bovenop. Stop. Haal ze eruit. Of beter: neem ze mee voor in de rivier, maar koop een strakke zwembroek voor het zwembad.

Het klinkt als een fabeltje, maar op 80% van de Franse campings zijn wijde zwemshorts (‘bermuda’s’) streng verboden. Hygiëne is het officiële argument: men is bang dat je in die short de hele dag in het zand hebt gelopen en er vervolgens het zwembad mee in duikt. De badmeester is onverbiddelijk. Geen strakke speedo of strakke boxershort? Dan kom je het water niet in. Het ziet er misschien niet uit, maar het hoort erbij.

Nog zo’n typisch dingetje: toiletpapier. Op de grote sterrencampings is het er wel, maar op de kleinere campings (en zeker langs de snelweg) is het vaak: zelf meenemen. De doorgewinterde Frankrijk-ganger loopt dus altijd met een rol onder de arm richting het sanitairgebouw. Het went vanzelf.

Eten, drinken en boodschappen

Kamperen is ook koken op een wiebelig gasstelletje. Maar waarom zou je moeilijk doen als de Franse supermarkten paleizen van vers voedsel zijn? De Hyper U, Leclerc of Intermarché zijn attracties op zich.

  • Ga niet rond 17:00 of 18:00 uur boodschappen doen. Dan doet heel Frankrijk dat. Ga vroeg in de ochtend of tussen de middag (veel grote supermarkten blijven open tussen 12 en 14, in tegenstelling tot de kleine winkels).
  • Vlees voor de BBQ is in Frankrijk anders gesneden dan wij gewend zijn. Worsten (Merguez en Chipolata) zijn koning. De dikke speklappen die wij kennen zie je minder. Probeer eens een ‘Côte de Boeuf’ als je een goede BBQ hebt meegesleept; het vlees is vaak van superieure kwaliteit.
  • Koop lokale wijn. Een ‘Bag-in-Box’ van 3 of 5 liter klinkt als studentenbocht, maar in Zuid-Frankrijk zitten hier vaak prijswinnende wijnen in. Het blijft vacuüm, dus je kunt er de hele vakantie mee doen zonder dat het zuur wordt. Ideaal voor voor de tent.

De ‘Bonnefooi’ mythe

Vroeger kon je in juli de auto starten en wel zien waar je strandde. “Op de bonnefooi”. Dat is veranderd. Kamperen heeft een enorme vlucht genomen, ook onder Fransen zelf sinds de pandemie.

Wil je naar een specifieke populaire regio (Dordogne, Ardèche, kuststreken) tussen 15 juli en 15 augustus? Reserveer. Echt. Het geeft zoveel rust. Er is niets ergers dan na een rit van 10 uur bij drie campings het bordje Complet te zien hangen.

Ga je buiten deze weken of zoek je het binnenland op (bijvoorbeeld de Auvergne of de Limousin)? Dan kun je de gok nog wel wagen. Maar zelfs dan is vooraf even bellen of de app checken geen overbodige luxe.

Tot slot: Het ritme van de dag

Het mooiste van kamperen in Frankrijk is dat je gedwongen wordt om je ritme aan te passen. Tussen 12:00 en 15:00 uur ligt het openbare leven stil. Winkels gaan dicht, dorpen vallen in slaap. Vecht er niet tegen. Doe zoals de Fransen: uitgebreid lunchen, daarna een siësta in de schaduw van je luifel of tent, en pas ’s avonds weer actief worden. De avonden zijn lang en zwoel, de krekels maken overuren en de wijn smaakt nergens beter dan uit een plastic campingglaasje.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *