Eerlijk is eerlijk: ik heb in mijn leven vaker dan ik wil toegeven “op het verkeerde moment” een vliegticket geboekt. Zo stond ik ooit in november op een Grieks eiland waar letterlijk alles dichtgetimmerd was. Geen moussaka te bekennen, alleen een harde wind en een hoteleigenaar die verbaasd vroeg wat ik in hemelsnaam kwam doen. Of die keer in Thailand, aan de westkust, precies in de maand dat de moessonregen niet zomaar ‘een buitje’ was, maar straten veranderde in kolkende rivieren.
Het concept ‘beste reistijd’ is dan ook niet zomaar een marketingterm van reisbureaus. Het is het verschil tussen rillen in een regenjas of cocktails drinken in de zon. Maar – en dit is belangrijk – het hangt ook volledig af van wat je zoekt. Wil je de laagste prijs? Dan moet je accepteren dat het weer een gok is. Wil je zonzekerheid? Dan betaal je de hoofdprijs. Bij Travelzone.nl proberen we die puzzel altijd net even anders te leggen. Laten we eens kijken hoe je slim plant, zonder dat je vastzit aan de standaard schoolvakantie-adviezen.
Europa: De kunst van het ’tussenseizoen’
Iedereen wil in juli en augustus naar de Middellandse Zee. Logisch, want de kinderen zijn vrij en de zon schijnt. Maar als je niet vastzit aan die schoolvakanties, doe het dan alsjeblieft niet. Echt. Andalusië, Sicilië of Griekenland in augustus is vaak geen pretje. Het is er smoorheet – we hebben het over 35 tot 40 graden – en het krioelt er van de mensen. Je staat in de rij voor een ijsje, in de rij voor het museum en je handdoekje ligt half over die van de buurman.
Mijn persoonlijke favoriete reistijd voor Zuid-Europa? Mei, juni en september. Zelfs begin oktober kan in plekken als Kreta of de Algarve nog verrukkelijk zijn. De zee is in het najaar lekker opgewarmd na een lange zomer, iets wat je in mei nog wel eens mist (dat eerste duikje in het voorjaar is vaak even tandenbijten).
Wanneer naar het Noorden?
Scandinavië en IJsland zijn een ander verhaal. Hier is het ‘window of opportunity’ gewoon een stuk kleiner, tenzij je specifiek voor de sneeuw en het Noorderlicht gaat.
- Voor IJsland geldt eigenlijk een harde knip: wil je zelf rijden en het hele eiland rond? Ga tussen juni en begin september. Zodra oktober begint, kunnen wegen in de hooglanden afsluiten en verandert het weer in een wispelturige vriend die je niet kunt vertrouwen.
- Noorwegen en Zweden zijn prachtig in de zomer, maar vergis je niet in de muggen in het binnenland rond juli. Een flesje sterke DEET is hier geen suggestie, het is levensbehoefte nummer één.
- De winter in Lapland is magisch, maar koud op een manier die wij in Nederland niet kennen. -20 is normaal. Februari en maart zijn hier vaak beter dan december, omdat de dagen dan alweer ietsje langer worden. In december is het simpelweg écht donker.
Azië: Het is niet één grote pot nat
Een van de meest gemaakte fouten die ik mensen hoor maken: “Ik ga in de zomer niet naar Azië, want dan is het regenseizoen.” Dat is veel te kort door de bocht. Azië is gigantisch en het klimaat trekt zich niets aan van onze algemene aannames.
Neem Thailand. Een klassieker voor veel Nederlanders. In onze zomer (juli/augustus) regent het inderdaad vaak aan de westkust (Phuket, Krabi). De zee is ruw, rode vlaggen op het strand, niet ideaal. Maar aan de oostkust, bij de eilanden Koh Samui en Koh Phangan? Daar schijnt de zon vaak volop en valt er misschien af en toe een bui in de namiddag. Je kunt dus prima in de zomer naar Thailand, als je maar de juiste kant kiest.
Indonesië en de omgekeerde wereld
Bali en Java zijn perfect voor de Nederlandse zomervakantie. Waar in veel delen van Zuidoost-Azië de moesson heerst, is het in Indonesië juist het droge seizoen. Juli en augustus zijn topmaanden qua weer. Minder vochtig, veel zon en een briesje. Het nadeel? Het is er druk. De prijzen voor villa’s in Ubud of Canggu schieten omhoog. Als je de kans hebt om in mei of september te gaan: doen! Je hebt hetzelfde lekkere weer, maar je betaalt een stuk minder voor je Nasi Goreng en je overnachting.
Kleine waarschuwing voor wie “even” naar de Filipijnen wil: het tyfoonseizoen piekt daar vaak later in het jaar, zo rond september/oktober. Ik heb eens een week vastgezeten in een hotel in Manilla omdat de veerboten niet voeren. Avontuurlijk, zeker, maar niet de ontspanning waar je op hoopt.
Winterzon: Waar is het nou écht warm?
Dan komt die lange, grijze Nederlandse winter. November tot maart. We willen weg, we willen zon, en we willen het nu. Maar waar moet je heen? Er is een groot misverstand over Zuid-Europa in de winter. Ja, de Algarve of de Spaanse Costa’s zijn zachter dan Nederland. Het vriest er zelden. Maar is het strandweer? Zelden. Met 16 graden en windkracht 4 lig je niet voor je lol in je bikini aan de Costa del Sol.
Hier moet je zijn als je in januari of februari echt warmte wilt zonder een wereldreis van 24 uur te maken:
- De Canarische Eilanden blijven de onbetwiste koning van de “dichtbij-winterzon”. Tenerife en Gran Canaria zijn het meest zonzeker, vooral aan de zuidkusten. Lanzarote is prachtig, maar kan door het gebrek aan hoge bergen soms wel erg winderig zijn. Neem altijd een vestje mee voor de avonden.
- Kaapverdië is in opkomst en ligt net een stukje zuidelijker. Hier is het echt warm. Verwacht alleen geen bruisend nachtleven of culturele hoogstandjes; je gaat hierheen voor zon, zand, en all-inclusive resorts met een boek in je hand. De wind waait hier trouwens altijd hard – ideaal voor kitesurfers, soms irritant als je je krantje wilt lezen.
- Midden-Oosten opties zoals Dubai of Oman bieden gegarandeerd zon. Het is daar in onze winter de beste reistijd. In de zomer is het daar 45+ graden en kom je je hotel niet uit, maar in februari is het een aangename 25 graden.
- Curacao en Bonaire zijn natuurlijk de klassiekers voor ons Nederlanders. Februari tot mei is hier de droogste periode. Het regenseizoen (hoewel dat daar vaak meevalt vergeleken met Azië) loopt op zijn eind in januari.
Stedentrips: Timing is alles
Bij stedentrips draait alles om temperatuurmanagement. Je loopt makkelijk 15 tot 20 kilometer op een dag. Dat wil je niet doen in de vrieskou, maar zeker ook niet in een bakoven.
Rome in augustus is, zoals ik eerder al liet vallen, een beginnersfout. De Romeinen zelf ontvluchten de stad. Veel authentieke restaurantjes zijn dicht omdat de eigenaar zelf op het strand ligt. Wat overblijft zijn de toeristenvallen. Ga in oktober of april. Het licht is mooier, de temperatuur is perfect voor terrasjes en je smelt niet weg als je het Forum Romanum bezoekt.
Voor steden als New York is de periode net voor kerst magisch, maar stervensduur en ijskoud. Een “budgettip” die ik vaak geef: januari en februari in New York. Ja, je hebt thermokleding nodig en de wind giert door de avenues, maar de hotelprijzen kelderen soms met wel 50% vergeleken met december of mei. Plus: als het sneeuwt in Central Park, is dat onbetaalbaar mooi.
Flexibiliteit wint het van de kalender
Uiteindelijk is er geen heilige graal. Het klimaat verandert, we zien steeds vaker hittegolven in april of regenweken in juli. Je kunt je suf plannen, maar soms heb je gewoon pech. Of geluk.
Mijn beste advies? Staar je niet blind op die klimaatgrafieken met gemiddelden. Ze vertellen je niet hoe de sfeer is. Een stad in de stromende regen kan fantastisch zijn als er genoeg musea en gezellige cafés zijn (hallo Londen of Dublin!). Een zonbestemming met 30 graden kan vreselijk zijn als het luchtvochtigheidsgehalte zo hoog is dat je geen adem krijgt.
Kijk naar wat je wilt doen, niet alleen naar de thermometer. En als je dan toch die gok waagt in het laagseizoen – omdat het zo lekker goedkoop is – zorg dan dat je een goed boek bij je hebt. Want die regenachtige middag op dat balkonnetje in Vietnam, met het geluid van de druppels op de palmbladeren en een koud biertje in je hand? Soms is dat stiekem leuker dan strakblauwe luchten.
