Laat ik eerlijk zijn: jarenlang heb ik Nederland een beetje onderschat als vakantieland. Bij Travelzone waren we vaak druk met tickets boeken naar Azië of roadtrips plannen door Zuid-Europa. Als je in Nederland woont, vergeet je soms compleet dat mensen uit de rest van de wereld speciaal hiernaartoe vliegen om te zien wat wij als ‘normaal’ beschouwen. En dan heb ik het niet over de wallen of klompenwinkels.
Soms heb je gewoon geen zin in Schiphol-stress. Je wilt vrijdagmiddag je laptop dichtklappen, tas in de achterbak gooien en twee uur later met een speciaalbier op een terras zitten waar ze een ander dialect spreken. Een weekendje weg in eigen land is stiekem vaak relaxter dan een korte vliegvakantie. Geen douane, geen gedoe met huurauto’s die ineens drie keer zo duur zijn, gewoon gaan.
Ik heb de afgelopen jaren flink wat uithoeken van ons land herontdekt. Van de stuifzanden waar je je in Afrika waant tot steden die on-Nederlands aanvoelen. Dit zijn mijn favoriete plekken voor als je er even écht helemaal uit moet, zonder dat je de grens overgaat.
De Veluwe: Meer dan alleen fietspaden
De Veluwe heeft een beetje een imago-probleem bij de jongere generatie. Het wordt vaak geassocieerd met senioren in afritsbroeken op elektrische fietsen. En oké, die zijn er ook voldoende. Maar als je de gebaande paden verlaat (letterlijk), is dit gebied waanzinnig. Het is niet voor niets dat buitenlandse fotografen hier naartoe komen voor het ochtendlicht over de hei.
Mijn persoonlijke favoriet is niet het drukke Nationaal Park De Hoge Veluwe zelf (hoewel het Kröller-Müller Museum met die bizar grote beeldentuin wel echt een aanrader blijft), maar het gebied rondom Radio Kootwijk. Heb je dat zendgebouw wel eens in het echt gezien? Het is een soort art-deco kathedraal midden in een enorme zandvlakte. Het Kootwijkerzand is de grootste actieve zandverstuiving van West-Europa. Als je daar op een mistige zaterdagochtend loopt, is de sfeer haast onheilspellend stil.
Wild spotten (zonder garantie)
Iedereen wil altijd de ‘Big Five’ van de Veluwe zien. De boswachters die ik heb gesproken moeten er soms om lachen. Wild laat zich niet plannen. Maar je kunt je kansen wel vergroten. Ga niet midden op de dag wandelen als elk gezin met kinderen en honden het bos in trekt. Herten en zwijnen zijn niet gek.
Bij de Elsberg in Nationaal Park Veluwezoom heb je een observatiepost die strategisch goed ligt. Vooral tijdens de bronsttijd in september en oktober is het hier raak. Je hoort de herten burlen – een geluid dat je niet snel vergeet, het klinkt als een leeuw met keelontsteking – en als je geluk hebt, zie je de gewei-kletterende actie.
- Ga vroeg. En dan bedoel ik: wekker zetten voor zonsopkomst. Het licht is dan goudkleurig en de dieren zijn actief.
- Stilte is cruciaal. Stop die telefoon weg, draag geen knisperende regenjassen en praat niet, zelfs niet fluisteren.
- Let op de windrichting. Als de wind in je rug staat, ruiken de dieren je al op een kilometer afstand.
- Neem een verrekijker mee. Met het blote oog is een edelhert op 200 meter afstand gewoon een bruine vlek.
Uitwaaien op Texel: Het eilandgevoel
Er gebeurt iets geks in je hoofd zodra je de veerboot in Den Helder oprijdt. Die overtocht duurt maar twintig minuten – amper tijd voor een kop koffie – maar zodra je aan de overkant de klep afrijdt, voelt alles anders. Texel is voor mij de ultieme ‘reset’.
Het eiland is groter dan mensen vaak denken. Je fietst het niet ‘even’ rond in een uurtje. Wat Texel zo fijn maakt, is de afwisseling. Aan de ene kant heb je de Waddenzee met zijn droogvallende platen, aan de andere kant die eindeloze Noordzeestranden. Bij De Slufter breekt de zee soms door de duinenrij heen. Dat is het enige gebied in Nederland waar de zee vrij spel heeft in het binnenland. Laarzen aan of broekspijpen omhoog, want je gaat hier natte voeten halen.
Zelf huur ik altijd een fiets zodra ik aankom. De wind is hier genadeloos (altijd tegen, lijkt het wel), maar dat is onderdeel van de charme. Na twee uur trappen smaakt een lokale Skuumkoppe des te beter. Bezoek ook zeker de vuurtoren bij De Cocksdorp op het noordelijkste puntje. Het strand is daar enorm breed en voelt heel ruig. Geen nette strandtentjes op een rij, maar meters zand en wind.
Een kleine tip tussendoor: als je bij de Waddeneilanden gaat kijken, vergeet de schapenboetes niet. Die typische asymmetrische schuurtjes die je overal in het landschap ziet. Ze staan met de platte kant naar het zuidwesten, waar de wind vandaan komt. Dat soort boerenlogica vind ik prachtig.
Stedentrips: Het contrast tussen Noord en Zuid
Als we het over een weekendje weg in de stad hebben, vervalt men snel in “een dagje winkelen in Amsterdam”. Prima natuurlijk, maar Amsterdam is zoveel meer dan de Kalverstraat (vermijd die straat alsjeblieft, het is slecht voor je bloeddruk). Als tegenhanger pak ik graag Maastricht erbij. Twee steden, compleet andere werelden.
Amsterdam: Ga de pont over
Amsterdammers zelf komen zelden in het centrum als het niet hoeft. De echte energie vind je tegenwoordig in Amsterdam Noord. Pak achter het Centraal Station gratis het pontje naar de NDSM-werf. Vroeger was dit een scheepswerf, nu is het een plek vol street art, loodsen die zijn omgebouwd tot ateliers en fantastische horeca.
Bij Plekk zit je in de zomer op een stadsstrand gemaakt van containers met uitzicht over het IJ. Het voelt rauw en onaf, en dat maakt het juist tof. Of bezoek de IJ-hallen als er een vlooienmarkt is. Het is daar koud en tochtig in de winter, maar je vindt er wel die ene vintage lamp die je nergens anders ziet.
Wil je toch de grachten op? Huur dan zelf een elektrisch sloepje. Geen rondvaartboot met dertig man en een gids die in vier talen grapjes maakt, maar gewoon lekker zelf sturen met een fles wijn en wat kaasjes aan boord. Vanaf het water ziet de stad er ineens heel sereen uit, zelfs als het druk is.
Maastricht: Nederland, maar dan anders
Als je in Maastricht uit de trein stapt, voelt het niet meer als Nederland. Het landschap is glooiend, de architectuur is meer romaans en de mensen nemen de tijd voor hun lunch. Hier geen boterham met kaas achter de laptop, maar een warme maaltijd met een glas wijn. Dat ‘bourgondische’ is in veel marketingteksten een cliché geworden, maar in Maastricht is het gewoon de realiteit.
Sla het Vrijthof over voor je koffie (te duur, te druk) en duik de Wyck in. Dit stadsdeel aan de andere kant van de brug zit vol met kleine speciaalzaken en koffietentjes waar ze echt verstand van bonen hebben. Voor het diner moet je in het Jekerkwartier zijn. Oude klinkers, scheve huisjes en restaurants waar je nog echt in de watten wordt gelegd.
Wat je echt even moet doen als je hier bent: de Sint-Pietersberg op. Je kunt er prachtig wandelen en hebt uitzicht over de stad en de ENCI-groeve. Die groeve heeft iets apocalyptisch met dat helderblauwe water en de steile kalkwanden. Het is een flinke klim, maar dan heb je die Limburgse vlaai tenminste ook echt verdiend.
Conclusie: Gewoon doen
We maken het plannen van een vakantie soms veel te ingewikkeld. Urenlang prijzen vergelijken, routes uitstippelen, inpaklijsten maken voor drie klimaten. Het mooie van een weekendje Nederland is de eenvoud. Je hoeft niet ver te reizen om dat vakantiegevoel te krijgen. Of je nu kiest voor de stilte van de Veluwe, de frisse wind op Texel of de gezelligheid van Maastricht, je bent er even helemaal uit.
Mijn advies? Boek gewoon iets voor over drie weken. Wacht niet op ‘het perfecte moment’ of het perfecte weer (want laten we eerlijk zijn, dat komt hier nooit). Regenjas mee, goed gezelschap erbij, en gaan. Vaak zijn dat de weekenden waar je het jaren later nog over hebt.
