Backpacken in Azië: Routes en Budget Tips

Het moment dat de schuifdeuren van Suvarnabhumi Airport in Bangkok openzwaaien, weet je het meteen. Die muur van hitte. De geur van uitlaatgassen gemengd met jasmijn en pittige soep. Het klinkt misschien als een cliché, maar die eerste stap buiten de airco is waar het backpacken in Azië echt begint. Ik weet nog goed mijn eerste keer: een veel te zware rugzak (echt, waarom dacht ik vier spijkerbroeken nodig te hebben?), geen hotel geboekt en een naïef vertrouwen dat alles wel goed zou komen.

En eerlijk is eerlijk: meestal komt het ook goed. Azië is voor ons Nederlanders nog steeds dé plek om het backpackavontuur te starten. Het is goedkoop – al is het niet meer de “levensstijl voor een euro per dag” uit de jaren 90 – het eten is fenomenaal en de infrastructuur voor reizigers is er beter dan waar ook ter wereld. Bij Travelzone.nl krijgen we vaak de vraag hoe je nou zo’n reis aanpakt zonder te verzuipen in de mogelijkheden. Laten we eens kijken naar de routes die echt werken en wat het je nu werkelijk kost.

De Banana Pancake Trail: Meer dan alleen een pannenkoek

Je hebt vast wel eens van de ‘Banana Pancake Trail’ gehoord. Het klinkt een beetje lacherig, vernoemd naar de kleffe bananenpannenkoeken die ze in elk guesthouse van Chiang Mai tot Kuta serveren aan hongerige backpackers. Maar vergis je niet: deze route bestaat met een reden. Het is simpelweg het makkelijkste rondje door Zuidoost-Azië.

Als je net begint, raad ik je aan niet te hip te willen doen door meteen naar Papoea of een afgelegen eiland in de Filipijnen te vliegen. Begin gewoon in Bangkok. Vanuit daar trekt de stroom reizigers bijna als vanzelf noordwaarts.

  • Noord-Thailand is de relaxte start. Iedereen belandt uiteindelijk in Pai. Vroeger was het een slaperig hippie-dorpje, nu is het drukker, maar de weg erheen met zijn 762 bochten blijft legendarisch. Huur een scooter (alleen als je kunt rijden, serieus) en cruise door de heuvels. Het tempo ligt hier lager dan in het zuiden.
  • Neem de tijd voor de oversteek naar Laos. Veel mensen vliegen, maar de ‘slow boat’ over de Mekong is een ervaring op zich. Twee dagen op een houten boot zitten klinkt als een straf, maar met een paar Bloks bier en een groep medereizigers vliegen de uren voorbij totdat je in het sfeervolle Luang Prabang aankomt.
  • Vietnam is een verhaal apart. Het verkeer in Hanoi is complete anarchie vergeleken met Bangkok. De beste manier om het land te zien is van Noord naar Zuid (of andersom). Sla absoluut de Ha Giang Loop niet over als je van ruige bergen houdt, maar wees gewaarschuwd: de wegen zijn er soms nauwelijks wegen te noemen.
  • Cambodja wordt vaak gereduceerd tot Angkor Wat. En ja, die zonsopgang moet je zien, al sta je daar met 5000 andere mensen en hun selfiesticks. Maar ga daarna snel door naar eilanden als Koh Rong Samloem voor het echte ‘weg van de wereld’ gevoel, voordat het daar ook volgebouwd is met resorts.

Het mooie van deze route is de flexibiliteit. Vind je een plek niks? Pak de bus en je bent weg. Vind je het geweldig? Blijf een week hangen. Niemand kijkt op de klok.

Budget: Wat kost het nu écht?

Laten we even realistisch zijn over geld. Je leest online nog steeds artikelen die beweren dat je voor €20 per dag als een koning kunt leven. Misschien als je alleen rijst eet en in slaapzalen slaapt waar de bedbugs in polonaise over je kussen lopen. Maar wil je een beetje genieten? Reken dan anders.

Mijn ervaring van de laatste jaren is dat je voor een comfortabele trip – dus af en toe een privékamer met airco, een westers ontbijtje als je even klaar bent met noedelsoep, en excursies – eerder richting de €35 tot €45 per dag gaat in het vasteland van Zuidoost-Azië. Landen als Singapore of de Malediven laten we dan even buiten beschouwing, want daar blaas je dat bedrag in een ochtend op.

Geld besparen zonder af te zien

Je budget verdampt vaak niet aan de grote dingen, maar aan de onzin tussendoor. Die dagelijkse ijskoffie van 3 euro tikt aan. Hier zijn wat dingen die ik door schade en schande heb geleerd:

Eet op straat. Punt. Ik kom nog steeds mensen tegen die bang zijn voor straateten en elke avond in toeristenrestaurants pizza zitten te eten. Niet alleen is die pizza vaak matig en twee keer zo duur, je mist de ziel van het land. Een Pad Krapow (Thaise basilicum kip) op straat kost je misschien 50 Baht (ongeveer €1,30). In een restaurant betaal je het vijfvoudige. En geloof me, bij die straatstalletjes is de omloopsnelheid van het voedsel zo hoog dat het vaak verser is dan in de keuken van een hotel.

Alcohol is de stille doder van je budget. Zeker in landen als Indonesië of Maleisië waar ‘sin tax’ op alcohol zit. Een Bintang biertje op Bali is nog wel te doen, maar wijn of cocktails zijn schreeuwend duur. In Vietnam daarentegen heb je ‘Bia Hoi’ (vers bier) op straat voor letterlijk centen. Pas je drinkgedrag aan op het land waar je bent.

Onderhandel, maar wees geen eikel. Ja, je moet afdingen op markten en bij tuk-tuks. Maar ik heb reizigers ruzie zien maken over 10 Thaise Baht (25 eurocent) met een vrouwtje dat de hele dag in de brandende zon staat te werken. Kies je veldslagen. Gun de lokale bevolking ook hun winst.

Veiligheid: De risico’s waar niemand over praat

Azië is over het algemeen ontzettend veilig. De kans dat je in Amsterdam beroofd wordt is statistisch gezien waarschijnlijk groter dan in de meeste delen van Vietnam of Thailand. Geweld tegen toeristen is zeldzaam. Maar er zijn andere risico’s.

Het verkeer is met stip op één de grootste vijand van de backpacker. Iedereen, maar dan ook iedereen, huurt een scooter in Azië. Vaak zonder motorrijbewijs en soms na drie biertjes. Doe het niet. Of wees in ieder geval extreem voorzichtig. In ziekenhuizen op eilanden als Koh Phangan zie je dagelijks tientallen toeristen met de beruchte ‘Phangan Tattoo’ – schaafwonden van een schuiver met de scooter. Verzekeringen keren vaak niet uit als je geen geldig motorrijbewijs hebt. Dat is een duur grapje als je gerepatrieerd moet worden.

  • Scams zijn vaak ‘vriendelijk’. In Delhi of Bangkok komt er iemand naar je toe die zegt: “Hey my friend, dat paleis is vandaag dicht vanwege een speciale ceremonie. Ik breng je wel naar een andere tempel.” Trap er niet in. Het paleis is gewoon open en jij eindigt in een edelstenenwinkel waar je onder druk gezet wordt om waardeloze stenen te kopen.
  • Neem je buik serieus. ‘Delhi Belly’ of een voedselvergiftiging hoort er bijna bij, maar wees alert. Drink nooit leidingwater. Zelfs niet om je tanden te poetsen in sommige gebieden. IJsblokjes zijn tegenwoordig in de meeste toeristische gebieden veilig (ze zijn cilindervormig met een gat erin, afkomstig uit fabrieken), maar bij twijfel: neem een drankje uit de koelkast.
  • Alleen reizen als vrouw is in Zuidoost-Azië heel goed te doen. Sterker nog, het is een van de veiligste regio’s ter wereld hiervoor. Toch geldt: let op je drankje tijdens Full Moon Parties. Het klinkt als advies van je moeder, maar dingen verdwijnen soms echt in drankjes.

Waarom we blijven terugkomen

Ondanks de hitte, de incidentele kakkerlak in de badkamer en die ene nachtbus waarin de chauffeur dacht dat hij Max Verstappen was, blijft Azië trekken. Het is de chaos die verslaafd maakt. Thuis in Nederland is alles geregeld, aangeharkt en voorspelbaar. De trein vertrekt (meestal) op tijd en de kaas is altijd hetzelfde.

In Azië leef je meer in het moment. Omdat het wel moet. De bus is kapot, dus je zit vier uur lang vast in een dorpje waar niemand Engels spreekt, maar waar je wel de lekkerste ananas ooit krijgt aangeboden door een tandeloze oma. Dat zijn de momenten die je bijblijven. Niet die chique cocktail in de skybar, maar dat onverwachte gesprek met een monnik of het uitzicht over een rijstveld terwijl de zon zakt.

Dus pak die tas in – en laat de helft thuis, je koopt daar wel een sarong of t-shirt als je het nodig hebt. Zorg dat je paspoort nog zes maanden geldig is en ga. Het ergste wat er kan gebeuren is dat je terugkomt met een paar littekens, een lege bankrekening en verhalen waar je de rest van je leven op teert.