Laten we eerlijk zijn: de eerste keer dat je besluit in je eentje op het vliegtuig te stappen, voel je waarschijnlijk een knoop in je maag ter grootte van een strandbal. Ik weet nog goed dat ik mijn eerste soloticket boekte. Ik zweefde een paar minuten op een wolk van “wat ben ik stoer”, direct gevolgd door weken van pure paniek. Wat als ik niemand ontmoet? Wat als ik ziek word? Wat als ik avond aan avond zielig in een hoekje van een restaurant naar mijn telefoon zit te staren?
Die angst is volkomen normaal. Maar hier is het goede nieuws: alleen reizen is waarschijnlijk de meest verslavende vorm van vakantie vieren die er bestaat. Geen compromissen over hoe laat je opstaat, geen eindeloze discussies of je naar dat ene museum gaat of liever op het terras blijft hangen. Jij bent de baas. Totaal.
Bij Travelzone.nl krijgen we vaak vragen van lezers die twijfelen. “Is het wel veilig?” of “Is het niet raar?”. Nee, het is niet raar. Sterker nog, de wereld lijkt zich steeds meer te openen voor de soloreiziger. Maar, eerlijk is eerlijk, je moet wel even een drempel over. Hier zijn mijn persoonlijke lessen, blunders en tips om van die solo-trip geen overlevingstocht, maar een topervaring te maken.
Het gevreesde “tafeltje voor één”
Dit is zonder twijfel hindernis nummer één. Slapen in een hotelkamer alleen? Prima. In de bus zitten? Geen probleem. Maar ’s avonds een restaurant binnenlopen en “Table for one, please” zeggen, voelt voor veel mensen als een publieke afgang. Je denkt dat iedereen naar je kijkt en denkt: “Ach, die heeft geen vrienden.”
De realiteit is gelukkig saaier: niemand let op je. Iedereen is veel te druk bezig met zijn eigen gezelschap of hun eigen spaghetti. Toch helpt dat rationele stemmetje niet altijd als je daar staat.
Mijn tactiek? Zoek de bar op. In landen als Spanje, Italië, maar ook in de VS en Azië, is eten aan de bar heel gebruikelijk. Je zit niet tegenover een lege stoel, je hebt aanspraak van de barman (die vaak de beste tips heeft voor de stad) en je raakt bizar makkelijk aan de praat met degene naast je. Voor je het weet deel je een fles wijn met een local of een andere reiziger.
Nog een tip die voor mij altijd werkt: ga lunchen als een koning en dineer wat lichter of haal streetfood. In veel culturen is de lunch de belangrijkste maaltijd. Het is er drukker, rumoeriger en minder formeel dan het diner. Niemand kijkt op van een sololuncher. ’s Avonds haal je dan wat lekkers op een avondmarkt of bij een foodtruck en eet je dat op een mooi plein op. Scheelt je ook nog eens bakken met geld.
Accommodatie: Hostels zijn niet meer wat ze waren
Vergeet het beeld van muffe slaapzalen met twintig snurkende studenten en een badkamer die je liever niet aanraakt (hoewel die zeker nog bestaan als je écht low-budget gaat). De hotelindustrie is veranderd. Tegenwoordig heb je ‘boutique hostels’ of ‘poshtels’.
Het geheim van een goede solo-vakantie zit hem vaak in waar je slaapt. Een hotelkamer is heerlijk rustig, maar kan ook isolerend werken. Na drie dagen tegen muren praten word je daar niet vrolijker van.
Daarom kies ik vaak voor een privékamer in een luxe hostel. Je hebt je eigen badkamer en privacy, maar beneden in de lobby of aan de bar is er leven. Hostels organiseren vaak activiteiten: van wandeltochten en kookcursussen tot kroegentochten. Zelfs als je niet van het ‘verplichte gezelligheid’-type bent, is het een laagdrempelige manier om mensen te zien.
Let bij het boeken even op de reviews op sites als Hostelworld. Zoek specifiek naar opmerkingen over de “social vibe”. Als er staat “Great party hostel!”, weet je dat je oordoppen mee moet nemen (of gewoon niet moet gaan als je 30+ bent en je nachtrust heilig is). Staat er “Very quiet, no atmosphere”, dan is het waarschijnlijk schoon, maar saai. Je zoekt de middenweg.
Bestemmingen voor beginners (en gevorderden)
Niet elke plek is even geschikt voor je eerste solo-avontuur. Parijs is prachtig, maar kan verrassend eenzaam zijn door de romantische sfeer en de soms wat gesloten houding van de bediening. Waar moet je dan wel heen?
- Lissabon of Valencia zijn perfecte instappers binnen Europa. Het weer helpt (zon maakt alles beter), het openbaar vervoer is simpel, en de cafécultuur is heel open. Je kunt daar uren op een terras zitten met een boekje en een koffie zonder dat iemand je wegkijkt.
- Zuidoost-Azië, en dan specifiek Thailand of Vietnam, is wat mij betreft het walhalla voor de soloreiziger. Het klinkt ver en spannend, maar nergens is het makkelijker. Er is een enorm goed uitgetrapt pad (de ‘Banana Pancake Trail’). Je stapt in een bus en je hebt binnen vijf minuten drie nieuwe vrienden uit Duitsland, Canada en Australië. Daarbij is het zo goedkoop dat je makkelijk risico’s kunt nemen met uitstapjes.
- Voor wie echt even rust aan zijn hoofd wil: Schotland of Ierland. De mensen zijn er onwaarschijnlijk vriendelijk. Sta je met een kaart te hannesen in Dublin? Binnen dertig seconden vraagt iemand of je hulp nodig hebt. Ga je ’s avonds een pub in? Dan praat je binnen no-time over voetbal of het weer.
Veiligheid: Gezond verstand boven paranoia
Dit is vaak het punt waar moeders (en bezorgde vrienden) over beginnen. “Is dat wel verstandig, alleen?”
Kijk, pech kan je overal hebben, ook in je eigen straat. Maar als soloreiziger ben je wel kwetsbaarder omdat je geen tweede paar ogen hebt. Dat betekent niet dat je constant angstig over je schouder moet kijken, maar wel dat je je intuïtie serieus moet nemen.
Als ik ergens aankom waar ik de weg niet weet, zorg ik dat ik nog bij daglicht arriveer. Niets is vervelender dan in het donker in een onbekende stad met je bagage te moeten zoeken naar dat ene kleine steegje waar je hotel zit.
Een paar simpele regels die ik hanteer:
- Ga niet dronken over straat. Klinkt als een open deur, maar als je alleen bent, is er niemand om je in de taxi te duwen als je te veel op hebt. Drink gezellig mee, maar ken je grens beter dan thuis.
- Deel je locatie. Met WhatsApp of ‘Zoek mijn Vrienden’ kan het thuisfront zien waar je uithangt. Ik spreek met mijn familie vaak af: “Als ik drie dagen niks laat horen, mag je paniek zaaien. Daarvoor niet.” Het geeft hen rust, en mij ook.
- Loop met zelfvertrouwen, ook als je verdwaald bent. Ga niet midden op een druk kruispunt hulpeloos naar Google Maps staan turen. Stap een winkel of café binnen om je te oriënteren. Uitstraling doet wonderen; dieven zoeken makkelijke slachtoffers, geen mensen die doelgericht doorstappen.
De onvermijdelijke “dip”
Hier praat bijna niemand over op Instagram, maar het gaat gebeuren: je gaat je een keer eenzaam voelen. Misschien op dag drie, misschien pas na twee weken. Het moment dat je even niemand hebt om tegen te praten, dat je ziek bent en zelf je water moet halen, of dat je iets prachtigs ziet en je je naar niemand kunt omdraaien om te zeggen: “Wauw, moet je dat zien!”
Dat hoort erbij. Serieus. Vecht er niet tegen. Ga naar je kamer, kijk een stomme serie op Netflix, bel even met thuis om te klagen, en slaap een gat in de dag. De volgende ochtend ziet de wereld er vaak weer heel anders uit. Alleen reizen is intens; je staat continu ‘aan’ omdat je alles zelf moet regelen. Soms is je sociale batterij gewoon leeg.
Praktische zaken die je leven makkelijker maken
Omdat je er alleen voor staat, moet je ook alles zelf tillen. Ik heb ooit de fout gemaakt om met 20 kilo bagage naar een bergdorpje in Italië te gaan, waar bleek dat mijn appartementje alleen via 300 middeleeuwse traptreden te bereiken was. Nooit meer.
Pak licht. Echt waar. Kleding kun je overal laten wassen (vaak voor een paar euro per kilo in Azië, of in de wasmachine van je hostel in Europa). Een powerbank is overigens geen luxe, maar een eerste levensbehoefte. Omdat je telefoon je kaart, je ticket, je vertaalmachine en je bankpas is, mag die gewoon niet uitvallen. Investeer in een goede van bijvoorbeeld 10.000 of 20.000 mAh.
Houd ook rekening met de “single toeslag”. Helaas is de reiswereld nog vaak ingericht op koppels. Soms betaal je voor een kamer in je eentje bijna hetzelfde als voor twee personen. Reisorganisaties die gespecialiseerd zijn in singles (nee, niet per se voor dating, gewoon voor solo-reizigers) kunnen hierin soms schelen, maar zelf boeken via platforms als Booking of Airbnb geeft vaak de meeste flexibiliteit.
Gewoon gáán
Het mooiste aan alleen op reis gaan is wat het met je doet als je weer terug bent. Je komt thuis met een soort onoverwinnelijk gevoel. Je hebt het geflikt. Je hebt je eigen route bepaald, je eigen problemen opgelost (want geloof me, er ging vast iets mis met een trein of een bus) en je hebt jezelf prima vermaakt in je eigen gezelschap.
Dat zelfvertrouwen raak je niet meer kwijt. En de kans is groot dat je bij je volgende vakantie, als vrienden voorstellen om met z’n allen naar een all-inclusive in Turkije te gaan, stiekem denkt: “Mwah, ik pak mijn rugzak wel en zie wel waar ik uitkom.” Want eenmaal geproefd aan de ultieme vrijheid, smaakt de rest toch net even anders.

