Mensen vragen me vaak of Berlijn ‘mooi’ is. Als ik heel eerlijk ben? Nee, niet op de manier dat Rome of Parijs mooi zijn. Berlijn is grijs, vaak ondergekalkt met graffiti, ligt in de winter onder een deken van smog en de architectuur is, op z’n zachtst gezegd, een ratjetoe. Maar dat is precies waarom ik er zo vaak terugkom. Het is de meest levende stad van Europa. Het is rauw, het ademt geschiedenis op een manier die je nekharen overeind zet, en de energie is nergens anders mee te vergelijken.
Vergeet even de perfecte Instagram-plaatjes. Een stedentrip naar Berlijn moet je niet plannen alsof je een museum bezoekt; je moet het ervaren. Ik heb bij Travelzone.nl al heel wat Europese hoofdsteden beschreven, maar Berlijn blijft die vreemde eend in de bijt waar je nooit klaar mee bent. In dit verhaal neem ik je mee langs de plekken die er écht toe doen, en vertel ik je welke tourist traps je met een gerust hart kunt overslaan (ja, ik kijk naar jou, Checkpoint Charlie).
De Muur: Meer dan alleen beton
Je kunt niet om de geschiedenis heen. Het hangt als een soort zware jas om de stad, zelfs meer dan dertig jaar na de val van de Muur. Veel mensen rennen direct naar de East Side Gallery. Snap ik wel, het is kleurrijk en je kunt er die beroemde kus zien. Maar als je de impact van de deling echt wilt voelen, sta je daar verkeerd. Het is er in de zomer zo druk dat je struikelt over de selfie-sticks.
Mijn advies? Pak de tram naar de Gedenkstätte Berliner Mauer aan de Bernauer Straße. Daar werd ik pas echt stil. Ze hebben daar een stuk van de ‘Todesstreifen’ (de strook tussen de muren) intact gelaten. Geen grappige kleurtjes, geen souvenirwinkels, maar kaal grind, roestig staal en een uitzichttoren die je laat zien hoe bizar die grens dwars door een woonwijk liep. Je ziet daar letterlijk de funderingen van huizen die opgeblazen werden om vrij zicht te hebben voor de grenswachten. Dat komt binnen.
Als je toch in de historie duikt, is er nog iets wat vaak vergeten wordt: de onderwereld. En dan bedoel ik de Berliner Unterwelten. Ik ben een keer meegegaan met zo’n tour door de bunkers onder station Gesundbrunnen. De gids deed het licht uit om te laten zien hoe donker het was tijdens bombardementen. Je hoort de metro boven je denderen terwijl je in een koude, vochtige betonnen kamer staat. Beklemmend, maar wel een ervaring die je bijblijft.
De stad van contrasten: Van Havermelk tot Punkers
Wat Berlijn zo geniaal maakt, is dat je in tien minuten met de U-Bahn (de metro) in een compleet andere wereld stapt. Het is eigenlijk geen stad, maar een verzameling dorpen die aan elkaar gegroeid zijn.
Neem Prenzlauer Berg. Vroeger kraakpanden, nu het domein van jonge gezinnen met geld. De straten zijn er schoon, de gevels prachtig gerenoveerd en je struikelt er over de kinderwagens. Het barst er van de cafeetjes waar havermelk de standaard is en koemelk de uitzondering. Heerlijk om op zondagochtend doorheen te slenteren, vooral rond de Kollwitzplatz. Maar als je ’s avonds actie zoekt, is het hier wel erg braaf.
Dan steek je over naar Friedrichshain of Kreuzberg en is de sfeer totaal anders. Hier is het vuiger. In de Revaler Straße, op het RAW-gelände, vind je oude treinloodsen vol graffiti, skatehallen en clubs. Dit is het Berlijn dat je verwacht. Het ruikt er naar een mix van wiet, goedkope pizza en, laten we eerlijk zijn, af en toe een vleugje urine. Dat hoort erbij. Hier vind je ook die typische Berlijnse fenomeen: de Teledisco. Een telefooncel waar je een muntje in gooit, de deur dichtdoet, en met twee man (of drie, als je propt) een minifeestje bouwt met rookmachine en discolampen. Compleet nutteloos, maar hilarisch.
Toeristische valkuilen en hoe je ze ontwijkt
Ik heb door schade en schande geleerd wat je wel en niet moet doen. Bespaar jezelf tijd en geld met deze observaties:
- Checkpoint Charlie is in feite een kruispunt met een hokje en acteurs verkleed als soldaten. Je staat er tussen honderden mensen naar niks te kijken. Loop er even langs als je er toevallig bent, maar ga er niet speciaal voor omrijden. Het Mauermuseum ernaast is wel interessant, maar vaak te druk.
- De Fernsehturm (de tv-toren) op Alexanderplatz kost je klauwen met geld en wachttijd. Het uitzicht is mooi, maar je staat achter glas. Een beter alternatief is de Panoramapunkt bij Potsdamer Platz. Je gaat met de snelste lift van Europa omhoog en je staat buiten, waardoor je betere foto’s maakt van de skyline (inclusief die tv-toren, wat het plaatje compleet maakt).
- Denk niet dat je ‘even’ alles kunt lopen. Berlijn is gigantisch. Veel groter dan Amsterdam of Brussel. Als je van Alexanderplatz naar de Brandenburger Tor loopt, ben je echt wel even bezig. Huur een fiets of snap het metrosysteem. En vergeet niet je kaartje af te stempelen in die automaatjes op het perron. De boetes (60 euro) zijn niet mals en de controleurs hebben nul medelijden met toeristen.
- Bus 100 is je beste vriend als je blut bent. Deze dubbeldekker rijdt vrijwel dezelfde route als die dure Hop-on Hop-off bussen. Als je geluk hebt en je kunt boven voorin zitten, heb je het beste uitzicht van de stad voor de prijs van een normaal dagkaartje.
Eten zoals de locals (of in ieder geval: niet als een toerist)
Je kunt niet naar Berlijn zonder Currywurst of Döner te eten. Er is een eeuwige strijd gaande over wie de beste Currywurst heeft. Curry 36 in Kreuzberg is de bekendste. De rij is er altijd lang. Is het de hype waard? Mwah. Het is een worst met ketchup en kerriepoeder. Persoonlijk ga ik liever naar Konnopke’s Imbiss onder het spoor bij Eberswalder Straße. Net zo iconisch, iets minder pretentieus, en de sfeer onder dat rammelende metrospoor is onbetaalbaar.
En dan de döner. Iedereen heeft het over Mustafa’s Gemüse Kebap. Je ziet de rij van honderd meter ver al staan. Ik heb het één keer gedaan: 45 minuten in de kou gewacht. Was het lekker? Ja, absoluut, door de geroosterde groenten en feta erbij. Was het 45 minuten wachten waard? Absoluut niet. Er zijn tientallen tentjes in Kreuzberg en Neukölln (kijk naar Imren Grill bijvoorbeeld) waar de kebab minstens zo goed is en je binnen vijf minuten je tanden erin zet.
Wat veel mensen missen is de Aziatische, en specifiek de Vietnamese keuken in Berlijn. Door een stukje DDR-geschiedenis (gastarbeiders uit Vietnam) struikel je in Oost-Berlijn over de waanzinnig goede pho-restaurants. Monsieur Vuong in Mitte is een klassieker, maar eigenlijk kun je in de wijk rondom de Kantstraße zelden de mist in gaan. Goedkoop, snel en vers.
Het nachtleven en de legendarische ‘Sunday mood’
Over clubs als Berghain ga ik kort zijn: de kans dat je niet binnenkomt is groot, en het deurbeleid is even willekeurig als het weer in april. Laat je avond niet verpesten door een chagrijnige portier die vindt dat je schoenen te schoon zijn. Berlijn heeft honderden andere clubs. Sisyphos of Wilde Renate zijn vaak leuker, minder gespannen en meer gericht op plezier maken dan op ‘cool zijn’.
Maar het echte Berlijnse nachtleven vindt wat mij betreft plaats op straat en in de ‘Späti’. Een Späti (Spätkauf) is een avondwinkel die tot diep in de nacht open is. In Nederland koop je daar een zak chips en ga je naar huis. In Berlijn staan er bankjes en tafels voor de deur. Je koopt voor anderhalve euro een gekoeld flesje Sternburg of Augustiner (de lokale favoriet is vaak Club Mate met wodka), en je blijft hangen. Je raakt in gesprek met locals, met verdwaalde toeristen, met studenten. Het is de goedkoopste en gezelligste bar van de stad.
Zondag in het Mauerpark
Mocht je er op een zondag zijn, dan is er maar één plek waar je moet wezen: het Mauerpark. Is het toeristisch? Ja. Is het een vreselijke stofbende als het drie weken niet geregend heeft? Zeker. Maar de vlooienmarkt is gigantisch en de sfeer bij de Bearpit Karaoke is onbeschrijfelijk. Honderden, soms duizenden mensen zitten in een amfitheater te luisteren naar een dappere ziel die ‘Bohemian Rhapsody’ staat te blèren. Het maakt niet uit of je kunt zingen; als je passie toont, gaat het publiek uit zijn dak.
Berlijn is een stad die onder je huid kruipt. De eerste keer ben je misschien overweldigd door de afstanden en het grauwe beton. De tweede keer begin je de charme van de chaos te zien. En de derde keer? Dan voelt het thuiskomen in een stad waar echt alles mag en kan.
