We kennen het rijtje inmiddels wel, toch? Londen voor de kerstinkopen, Parijs voor de romantiek (of de clichés) en Barcelona als je stad en strand wilt combineren. Begrijp me niet verkeerd, ik ben dol op die steden. Ik heb er fantastische herinneringen liggen. Maar soms, heel soms, wil je gewoon niet struikelen over de rolkoffers van medetoeristen die allemaal in de rij staan voor precies dezelfde instagram-spot.
Europa zit zo bizar vol met plekken die net zo mooi, vaak goedkoper en aanzienlijk minder chaotisch zijn dan de standaard “Grote Vijf”. Als oud-redacteur bij Travelzone.nl heb ik jarenlang de standaardgidsen geschreven, maar de reizen die me echt bijbleven, waren naar de steden waar mijn vrienden van zeiden: “Huh? Waarom ga je daarheen?”
Laten we die kaart van Europa er eens bij pakken en prikken op plekken die je misschien overslaat. Geen gelikte marketingpraatjes hier over “unieke mixen van oud en nieuw”, maar eerlijke observaties over steden waar je daadwerkelijk een lokaal biertje kunt drinken zonder dat je een tweede hypotheek hoeft af te sluiten.
Vergeet Venetië, ga verdwalen in Bologna
Iedereen droomt van Italië, maar iedereen gaat ook naar dezelfde vier plekken. Venetië is prachtig, zeker, maar het is inmiddels meer een pretpark dan een stad. Bologna daarentegen? Dat is het echte werk. De Italianen noemen de stad niet voor niets La Grassa (De Dikke).
Het eerste wat je opvalt als je aankomt – na een treinrit die vanuit Milaan maar een uurtje duurt – zijn de portieken. Er ligt bijna 40 kilometer aan overdekte wandelpaden door de stad. In de zomer is dat een zegen tegen de brandende zon, en als het regent blijf je droog.
Maar je komt hier om te eten. Vergeet alles wat je weet over “Spaghetti Bolognese”. Dat bestaat hier niet. Je bestelt Tagliatelle al Ragù. Ik at de beste versie van mijn leven bij Osteria dell’Orsa. Het is daar luidruchtig, je zit elleboog-aan-elleboog met studenten van de oudste universiteit ter wereld, en je betaalt nog geen tientje voor een bord pasta waar je stil van wordt. Geen witte tafellakens, gewoon houten banken en karaffen wijn.
Als je decalorieën er weer af wilt trainen, beklim dan de Torre degli Asinelli. Het zijn 498 treden op een krakkemikkige houten trap. Ik heb mensen halverwege zien omkeren vanwege hoogtevrees, want je kijkt dwars door de treden naar beneden. Maar het uitzicht over de rode daken is de zweethanden waard.
Gent: Het slordige, stoutere zusje van Brugge
Nederlanders hebben een obsessie met Antwerpen en Brugge. Antwerpen voor het shoppen, Brugge voor de plaatjes. Maar Gent is waar het leven gebeurt. Brugge voelt na acht uur ’s avonds soms als een openluchtmuseum waar iemand het licht heeft uitgedaan, terwijl Gent dan pas wakker wordt.
Het historisch centrum is hier net zo indrukwekkend. Het Gravensteen staat midden in de stad – een compleet kasteel, gewoon tussen de tramrails en de huizen. Dat zie je nergens anders. Maar wat Gent cool maakt, is de rauwe rand. De graffiti-straatjes (Werregarenstraat) worden gedoogd en veranderen elke week van uiterlijk.
Wat je echt moet doen is de toeristische boottochtjes op de Graslei laten voor wat ze zijn, tenzij je echt van die meertalige bandjes houdt. Huur liever zelf een sloepje of ga gewoon aan de kade zitten met een biertje van de supermarkt, zoals de lokale studenten doen.
Over bier gesproken: loop De Dulle Griet binnen op de Vrijdagmarkt. Ze hebben daar meer dan 500 bieren. Als je het huisbier “Max” bestelt (geserveerd in een waanzinnig groot koetsiersglas), moet je letterlijk een schoen inleveren als onderpand. Die hijsen ze in een mandje naar het plafond. Je krijgt je schoen pas terug als het glas heelhuids en leeg weer op de bar staat. Ik heb daar menig toerist op één sok naar buiten zien hinken.
Ljubljana: De groenste woonkamer van Europa
Slovenië wordt vaak over het hoofd gezien omdat mensen doorrijden naar Kroatië. Zonde. De hoofdstad Ljubljana is piepklein – je loopt het centrum in twintig minuten door – maar de sfeer is ongeëvenaard. Het voelt niet als een hoofdstad, maar als een groot, gezellig dorp met een rivier erdoorheen.
Alles draait hier om de Ljubljanica rivier. De oevers zitten ramvol met terrasjes die, in tegenstelling tot in Parijs of Amsterdam, betaalbaar zijn. Een kop koffie voor €2,50 op een toplocatie is hier nog normaal.
Een rariteit die je moet zien is Metelkova Mesto. Dit is een oude militaire kazerne die in de jaren ’90 is gekraakt en nu functioneert als een autonoom cultureel centrum. Overdag ziet het eruit als een bizarre hallucinatie vol graffiti en vreemde sculpturen gemaakt van auto-onderdelen. ’s Avonds zijn er punkconcerten, techno-feesten en kunstexposities. Het staat in schril contrast met de barokke gebouwen in het oude centrum, en juist dat contrast maakt de stad zo boeiend.
Praktische tip voor Slovenië
Huur een auto voor een dagje. Binnen 40 minuten rijden sta je bij het Meer van Bled. Ja, dat is toeristisch, maar rij 20 minuten verder naar het Meer van Bohinj. Dat is ruiger, rustiger en wat mij betreft veel mooier.
Wrocław: Kabouters jagen in Polen
Iedereen gaat naar Krakau. Logisch, Krakau is prachtig. Maar Wrocław (je spreekt het uit als Vrots-waf) heeft mijn hart gestolen. Het heeft een bewogen geschiedenis – het was lang Duits (Breslau) en dat zie je terug in de architectuur, die zwaarder en statiger voelt dan in andere Poolse steden.
De gimmick van de stad werkt verrassend goed: kabouters. Er staan er meer dan 600 verspreid door de stad. Kleine bronzen beeldjes die alledaagse dingen doen: een dronken kabouter, een bankier, een brandweerman. Het begon ooit als politiek protest tegen het communistische regime (de Oranje Alternatieve beweging), maar nu is het een sport om er zoveel mogelijk te vinden. Je ziet volwassen kerels op hun knieën over de grond kruipen om een foto te maken van een beeldje van 20 centimeter hoog.
De prijzen zijn hier nog echt “Oost-Europa van tien jaar geleden”. Voor een uitgebreid diner met drankjes was ik laatst nog geen twintig euro kwijt. Probeer de Pierogarnia Stary Młyn op het marktplein. Ja, het zit op het plein, dus je verwacht een tourist trap, maar hun oven-gebakken pierogi zijn legendarisch. Ik droom nog steeds van de versie met wilde zwijn en paddenstoelen.
Hoe vind je zelf zon parel? (En trap niet in de valkuilen)
Het is makkelijk om gewoon “top 10 hidden gems” te googelen, maar dan kom je vaak uit bij lijstjes die vijf jaar geleden al door iedereen gelezen zijn. Lissabon en Porto stonden daar ooit op; nu kun je daar in het hoogseizoen over de hoofden lopen.
Hier is hoe ik mijn trips plan als ik even geen zin heb in de massa:
- Zoek op vliegtickets via de ‘Overal’ of ‘Everywhere’ functie van Skyscanner, maar beperk je niet tot de eerste pagina. Vaak staan steden als Gdansk, Sofia of Bilbao op pagina twee voor belachelijk lage prijzen, puur omdat ze minder zoekvolume hebben.
- Kijk naar de “tweede stad” van een land. Iedereen gaat naar Praag? Kijk naar Brno. Iedereen gaat naar Wenen? Check Graz. Deze steden hebben vaak dezelfde cultuur en architectuur, maar niet de busladingen met cruisetoeristen.
- Gebruik Google Maps op een andere manier. Ik zoom vaak in op een regio die me interessant lijkt en zoek dan naar het aantal cafés en restaurants in een stadje. Veel horeca zonder dat er een groot vliegveld naast ligt? Dat betekent meestal dat het een levendige plek is voor de lokale bevolking. Dat is je sweet spot.
- Reis in de schouder-seizoenen. Mei en oktober zijn goud waard. Ik was in oktober in Sevilla (niet echt een verborgen parel, ik weet het) en het was 25 graden terwijl de massa al weg was. In Noord-Europa is september vaak nog prachtig.
- Negeer de angst voor taalbarrières. In steden als Wrocław of Bologna spreekt men echt wel genoeg Engels om je een biertje te verkopen. En zo niet? Handen en voeten werken prima. Ik heb ooit een half uur met een Hongaarse oma gecommuniceerd over paprikapoeder zonder dat we één woord deelden. Lukte prima.
Een laatste gedachte over verwachtingen
Het ding met “verborgen parels” is dat ze vaak net wat minder gepolijst zijn. Misschien is het openbaar vervoer wat minder strak geregeld dan in Londen, of zijn de musea niet voorzien van hypermoderne audioguides. Maar dat is precies de charme.
Je gaat naar deze plekken om het ritme van de stad te voelen, niet om een checklist af te werken. Dus als je in Bologna bent en het regent, ga dan gewoon drie uur lang lunchen. Als je in Gent de weg kwijt bent, loop dan door tot je een leuk café ziet. De beste reisverhalen beginnen zelden met “alles verliep precies volgens plan”. Ze beginnen meestal met “we namen de verkeerde tram en eindigden in een wijk waar ze de lekkerste kebab van de stad verkochten”.
Dus pak die tas (niet te zwaar, die kasseien in Oost-Europa zijn moordend voor wieltjes) en ga. Er is nog zoveel meer te zien dan de Eiffeltoren.

