Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: een roadtrip door het westen van Amerika is waarschijnlijk de intensiefste vakantie die je ooit gaat boeken. Je zit uren in de auto, het eten is vetter dan je gewend bent en je creditcard maakt overuren. Maar eerlijk is eerlijk? Het is het elke cent en elke kilometer waard. Als doorgewinterde reizigers bij Travelzone.nl hebben we heel wat asfalt gezien, maar de route langs de Pacific Coast Highway en door de nationale parken blijft iets magisch houden.
Iedereen kent de plaatjes wel. De rode rotsen, de eindeloze Highways en de neonlichten van Vegas. Maar hoe plak je dat aan elkaar tot een logische route zonder dat je alleen maar aan het haasten bent? Ik neem je mee in mijn favoriete rondje ‘West-USA’, inclusief de fouten die ik de eerste keer maakte, zodat jij die niet meer hoeft te maken.
Startpunt San Francisco: Meer dan alleen de Golden Gate
De meeste mensen beginnen in Los Angeles of San Francisco. Mijn advies? Begin in San Francisco. Je hebt daar de eerste dagen namelijk geen auto nodig (parkeren kost je daar gerust $60 per nacht, echt bizar), en het is fijn om even te acclimatiseren zonder meteen in de file te staan.
San Francisco is anders dan de rest van Amerika. Rauwer, Europeser misschien. Natuurlijk ga je naar Fisherman’s Wharf, al is het maar om die zeeleeuwen te horen brullen bij Pier 39. Maar duik ook eens de wijken in. Mission District voor de beste Mexicaanse burrito’s die je buiten Mexico gaat vinden, en Haight-Ashbury voor de oude hippie-vibes die er nog steeds hangen.
Een praktisch dingetje dat veel mensen vergeten: het is koud in de zomer. Echt koud. Mark Twain zei ooit (of dat wordt tenminste beweerd): “De koudste winter die ik ooit meemaakte was een zomer in San Francisco.” Als die mist (ze noemen hem ‘Karl the Fog’) de stad inrolt, sta je te rillen in je korte broek. Neem dus lagen kleding mee.
Highway 1: De mooiste kustweg ter wereld?
Zodra je je huurauto hebt opgehaald, zak je af naar het zuiden via Highway 1. Dit is niet zomaar een snelweg, dit is een bestemming op zich. Trek hier tijd voor uit. Google Maps zegt dat je in een uurtje of zes in LA kunt zijn via de saaie I-5 binnenlandroute, maar via de kust moet je eigenlijk zeker twee dagen rekenen.
Je rijdt langs kliffen waar de oceaan met geweld tegenaan beukt. Bij Big Sur moet je echt even stoppen. Niet alleen voor de foto bij de Bixby Creek Bridge (je weet wel, die brug uit de intro van ‘Big Little Lies’), maar ook om gewoon even die zoute lucht op te snuiven.
Onderweg kom je langs diverse pareltjes:
- Monterey is geweldig als je van zeeleven houdt; het aquarium daar is wereldklasse, al betaal je wel de hoofdprijs voor een kaartje.
- 17-Mile Drive bij Pebble Beach is leuk, maar wel een beetje een ‘kijk ons eens rijk zijn’ buurt. Je betaalt tol om langs villa’s en golfbanen te rijden. De Lone Cypress is mooi, maar of het de 11 dollar waard is? Dat laat ik aan jou.
- Als je vlak voor zonsondergang bij Santa Barbara aankomt, snap je waarom de sterren hier wonen. De palmbomen, de Spaanse architectuur, het licht… het klopt gewoon.
Los Angeles: Love it or hate it
Dan rol je LA binnen. En bereid je voor: het verkeer is een ramp. Altijd. Ik heb eens drie uur gedaan over een stukje van 20 mijl. Los Angeles is ook geen stad, het zijn tachtig dorpen die aan elkaar gegroeid zijn.
Hollywood Boulevard? Eerlijk gezegd: een beetje vergane glorie. Het stinkt er soms, het is druk en die sterren op de grond heb je na tien minuten ook wel gezien. Ga liever naar het Griffith Observatory. Vanaf daar heb je dat iconische uitzicht over de stad én het Hollywood Sign. Zeker rond zonsondergang is dit de plek waar je moet zijn.
De Woestijn in: Nationale Parken die je adem benemen
Na de steden is het tijd voor het echte werk: de natuur. Je rijdt het binnenland in en het landschap verandert compleet. Van oceaanmist naar droge hitte in een paar uur.
Grand Canyon: Niet te bevatten zo groot
Je kunt duizend foto’s bekijken, maar als je aan de rand van de Grand Canyon staat, voel je je nietig. Het is zo immens diep en breed dat je hersenen het bijna niet kunnen registreren. De meeste toeristen gaan naar de South Rim. Daar is het druk, ja, maar de infrastructuur is er top. Er rijden pendelbussen zodat je niet zelf hoeft te klooien met parkeren bij elk uitzichtpunt.
Wil je iets meer rust? Loop dan een stukje de canyon in via de Bright Angel Trail. Je hoeft niet helemaal naar beneden (dat is trouwens levensgevaarlijk om in één dag heen en weer te doen in de zomerhitte), maar zodra je honderd meter gedaald bent, ben je 90% van de toeristen kwijt.
Yosemite National Park: Graniet en Watervallen
Als contrast met de rode stenen van de Canyon en Zion (ook prachtig overigens), is Yosemite in Californië een en al groen, grijs graniet en water. El Capitan die loodrecht omhoog rijst is indrukwekkend, zeker als je je bedenkt dat mensen die wand beklimmen.
Let op: Yosemite is mateloos populair. Tegenwoordig werken ze vaak met reserveringssystemen in het hoogseizoen. Check dit maanden van tevoren, anders kom je er simpelweg niet in met je auto. En ja, er zitten beren. Zwarte beren. Die zijn over het algemeen banger voor jou dan jij voor hen, maar laat alsjeblieft geen broodje kaas op je achterbank liggen. Ze breken je auto open alsof het een blikje sardientjes is.
Praktische tips voor je Amerika Roadtrip
Een reis naar de VS vergt iets meer voorbereiding dan een weekendje Ardennen. Zeker als je verre reizen gaat plannen, zijn er een paar dingen die je echt even moet weten om frustraties (en onnodige kosten) te voorkomen.
Vervoer en de huurauto
In Amerika is de auto koning. Zonder auto ben je nergens, behalve misschien in het centrum van SF of NYC.
- Kies niet de kleinste categorie. Je brengt uren in dat ding door. Een “Compact” in Amerika is vaak nog best oké, maar voor een paar tientjes per week meer heb je een SUV. Dat kijkt lekkerder over het overige verkeer heen en je hebt ruimte voor al die koffers en koelboxen.
- De ‘Convertible’ droom: Klinkt leuk, zo’n Mustang cabrio. Maar in de woestijn van Nevada brandt de zon in tien minuten een gat in je kruin. En op de snelweg waai je uit je hemd. Leuk voor een dagje, minder praktisch voor drie weken.
- Tanken is even wennen. Je betaalt vaak vooraf (pre-pay inside) of bij de pomp met creditcard, waarbij ze soms om een postcode vragen. Toets 90210 of 00000 in als je eigen postcode niet werkt, dat trucje redt mij regelmatig.
Geldzaken en fooien
Dit blijft een lastig punt voor ons Nederlanders. Wij zijn gewend dat service inclusief is. In de VS is het salaris van bedienend personeel bizar laag, en leven ze van de fooi.
Als je uit eten gaat, is 15% fooi eigenlijk het minimum als de service matig was. Normaal is 18% tot 20%. En ja, dat tikt aan als je de rekening krijgt. Bij de bar geef je $1 per drankje. Doe je dit niet? Dan kun je bij het volgende rondje heel lang wachten op je biertje.
Zorg ook dat je een creditcard hebt met een flinke limiet. Hotels reserveren vaak een borg (‘hold’) op je kaart. Als je bij drie hotels incheckt in een week, kan er zomaar 1000 dollar van je bestedingsruimte ‘bevroren’ zijn. Een goede creditcard voor op reis is dus essentieel.
Hotels vs. Kamperen
De prijzen van hotels in de VS zijn na de pandemie flink gestegen. Reken voor een simpel motel al snel op $120-$150 per nacht, en in steden of bij parken het dubbele.
Kamperen is een fantastisch alternatief, zeker in de nationale parken. Je staat midden in de natuur en het kost een fractie van een hotelkamer. Maar… de campings in parken als Yosemite en Grand Canyon zijn soms letterlijk binnen 3 seconden volgeboekt zodra de reservering open gaat (meestal 6 maanden van tevoren). Zet je wekker, heb je muis in de aanslag en klik als een bezetene.
Conclusie: Gewoon gaan
Een rondreis door Amerika is intens. Je gaat moe thuiskomen. Je gaat je verbazen over de porties eten, je ergeren aan de files in LA, en schrikken van de prijzen. Maar als je straks terugkijkt, zijn dat niet de dingen die blijven hangen.
Wat blijft hangen is dat moment dat de zon onderging bij Monument Valley en de rotsen vuurrood kleurden. Of die keer dat je in een obscure diner de lekkerste appeltaart van je leven at en een praatje maakte met de lokale sheriff. Amerika is een land van uitersten en juist dat maakt het zo’n fascinerende bestemming.
Dus pak die koffers, zorg dat je ESTA geregeld is en ga die kilometers maken. It’s a hell of a ride.
