Vakantie Italië: La Dolce Vita, Meren en Steden

Vergeet even de reisbrochures met die perfect gephotoshopte stranden waar niemand op lijkt te liggen. Als we bij Travelzone.nl terugdenken aan Italië, dan denken we aan de geur van heet asfalt gemengd met dennennaalden zodra je de Alpen over bent. We denken aan het chaotische getoeter in Napels dat eigenlijk een geheime taal is, en aan die ene espresso bij een tankstation langs de Autostrada die – onbegrijpelijk genoeg – lekkerder is dan wat je thuis ooit zult brouwen.

Iedereen heeft een mening over Italië. Het is voor Nederlanders al decennialang dé nummer één of twee vakantiebestemming, en dat is niet omdat het er zo lekker efficiënt geregeld is. Spoiler: dat is het niet. Je gaat erheen voor het leven, of zoals ze het zelf zo mooi verpakt hebben in hun marketing: La Dolce Vita. Maar hoe navigeer je door een land dat varieert van de besneeuwde Dolomieten tot de brandende zon in Puglia, zonder in de toeristenvallen te trappen?

Na jarenlang schrijven over reizen, van campinggidsen tot stedentrips, durf ik wel te stellen dat Italië een gebruiksaanwijzing heeft. Laten we die eens doornemen.

Het Noorden: Meer dan alleen een tussenstop

Veel mensen zien Noord-Italië puur als de poort naar het zuiden, of ze blijven hangen aan de grote meren. En eerlijk is eerlijk, die meren hebben een aantrekkingskracht waar je u tegen zegt. Het is die maffe combinatie van bergtoppen met sneeuwresten in de verte, terwijl jij tussen de palmbomen aan je Aperol Spritz zit.

Gardameer vs. Comomeer vs. Lago Maggiore

Het is de eeuwige discussie op verjaardagen: welk meer is het leukst? Het antwoord hangt totaal af van wat je zoekt. Als ik terugkijk naar mijn eigen zomers, zie ik duidelijke verschillen.

Het Gardameer is eigenlijk een soort Nederlandse enclave in juli en augustus. Vooral de zuidoostkant bij Lazise en Bardolino. Je struikelt er over de caravans en de frikandellen staan soms gewoon op de kaart. Is dat erg? Totaal niet, als je gezelligheid zoekt en kinderen hebt die vriendjes willen maken. Maar zoek je rust, rijd dan naar de noordpunt, Riva del Garda. Daar is het ruiger, de wind is er perfect voor surfers en de bergen duiken letterlijk het water in.

Dan heb je het Comomeer. Dat is andere koek. Voelt chiquer aan, waarschijnlijk omdat George Clooney er een huis heeft, maar ook door de architectuur. De wegen zijn er zo smal dat ik menig spiegel heb zien sneuvelen als twee bussen elkaar probeerden te passeren. Het is er prachtig, maar je portemonnee gaat hier sneller leeg dan je “prego” kunt zeggen. Bellagio is schitterend, maar in het hoogseizoen kun je er over de hoofden lopen.

Het Lago Maggiore voelt vaak wat internationaler, misschien door de Zwitserse invloed in het noorden. De Borromeïsche Eilanden zijn trouwens geen “tourist trap” om te vermijden; ze zijn de moeite waard. Ja, je betaalt de hoofdprijs voor de overtocht, maar de tuinen op Isola Bella zijn bizar mooi.

Toscane: Het cliché dat nooit verveelt

Toscane is zo’n regio die bijna slachtoffer is geworden van zijn eigen succes. Iedereen wil dat plaatje: de slingerende oprit met cipressen, de gouden heuvels, een oud vervallen boerderijtje (Agriturismo) waar een ‘nonna’ pasta staat te rollen.

Het grappige is: dat bestaat ook echt. Je moet alleen even weg van de hoofdwegen rondom Florence en Pisa. De Chianti-streek (tussen Florence en Siena) is precies wat je verwacht. Ik herinner me een rit over de SR222, de via Chiantigiana. Elke bocht levert een nieuw schilderij op. Stop onderweg in Greve of Panzano. Niet voor de grote bezienswaardigheden, maar gewoon om bij de lokale slager (Dario Cecchini is een legende daar) een stuk vlees te halen.

Een paar eerlijke observaties over de Toscaanse steden:

  • Firenze (Florence) in juli of augustus is een snelkookpan. De stad ligt in een dal en de hitte blijft er hangen. Als je gaat, doe het in mei of oktober. In de zomer sta je twee uur te wachten voor de Uffizi om vervolgens bezweet naar een Botticelli te kijken.
  • Siena is rauwer en in mijn ogen authentieker. Het schelpvormige plein, Piazza del Campo, is de perfecte plek om gewoon een uur op de grond te zitten en mensen te kijken.
  • Lucca is de meest relaxte stad van de regio. Je kunt er fietsen over de stadsmuren. Klinkt suf, is het niet. Het is de enige plek waar je even wind vangt en de stad van bovenaf ziet zonder dat je een toren van 500 treden hoeft te beklimmen.

De Steden: Rome en Venetië

Als je een stedentrip plant, kom je al snel uit bij de ‘Grote Twee’. Maar bereid je voor, want dit zijn geen steden voor tere zieltjes.

Rome: Een openluchtmuseum met toeters en bellen

Rome overweldigt je. Punt. Er is geen rustige aanloop. Je stapt Termini station uit en het lawaai komt op je af. Wat mij altijd fascineert aan Rome is dat het normale leven gewoon doorgaat tussen de ruïnes van 2000 jaar oud. Zakenmannen op scooters scheuren langs het Colosseum alsof het een rotonde in Almere is.

Mijn advies voor Rome? Vergeet het openbaar vervoer. De metro heeft maar een paar lijnen (want elke keer als ze graven vinden ze weer een tempel en ligt het werk stil) en de bussen zijn altijd vol. Trek je beste wandelschoenen aan. Loop van Trastevere naar het Pantheon. Verdwaal. Eet niet op de grote pleinen, maar duik drie zijstraatjes in. Als de menukaart plaatjes van het eten heeft en er staat iemand buiten je naar binnen te praten: ren weg. Dat is de gouden regel.

En het Vaticaan? Boek je tickets weken van tevoren online. Ik heb mensen vier uur in de brandende zon zien staan wachten. Doe dat jezelf niet aan.

Venetië: Zinken en stinken (of toch niet?)

Er wordt vaak geklaagd over Venetië. Het zou stinken in de zomer en veel te duur zijn. Deels waar. In hartje augustus kan het water inderdaad wat minder fris ruiken als het eb is en heet. Maar Venetië in het voorjaar of de late herfst? Magisch.

Het is de enige stad ter wereld waar je écht geen auto’s hoort. Alleen voetstappen en boten. Ja, een gondelvaart kost 80 euro (of meer ’s avonds) voor een half uur. Is het een toeristenval? Ja. Moet je het doen? Misschien één keer in je leven. Maar pak liever de Vaporetto (waterbus) lijn 1 over het Grand Canal. Kost een fractie, en je ziet dezelfde palazzi.

Eten en drinken: Het is religie, geen voeding

In Nederland “eten” we. In Italië “tafelen” ze. Dat is een wezenlijk verschil. Als je in Italië bent, laat dan je Hollandse haast thuis. Lunch begint niet voor 13:00 uur (eerder 13:30) en dineren voor 20:00 uur doen alleen de toeristen en kleine kinderen.

Wat me altijd opvalt, is hoe simpel de Italiaanse keuken eigenlijk is. Ze gebruiken drie, misschien vier ingrediënten, maar die zijn dan wel van topkwaliteit. Een Cacio e Pepe in Rome is letterlijk kaas, peper en pasta. Maar probeer het thuis maar eens zo romig te krijgen zonder room (want room in carbonara of andere traditionele pasta’s is heiligschennis, dat weet je toch?).

Een paar dingen om rekening mee te houden zodat je niet als een ‘buitenstaander’ wordt aangekeken:

  • Bestel geen cappuccino na 11:00 uur ’s ochtends. Italianen geloven dat warme melk na een maaltijd slecht is voor de spijsvertering. Je krijgt het wel, maar de barman kijkt je meewarig aan.
  • Bij het afrekenen zie je vaak ‘Coperto’ of ‘Pane e Coperto’ staan. Dat is geen oplichting, dat is heel normaal. Het is een vergoeding voor het servies en het brood dat op tafel komt. Meestal 2 of 3 euro per persoon.
  • Huiswijn (Vino della Casa) is in 90% van de gevallen prima te drinken en spotgoedkoop. Vaak komt het uit een vat van een boer in de buurt.
  • Koffie aan de bar is goedkoper dan koffie aan een tafeltje. Staand drinken is de cultuur. Een espresso kost aan de bar vaak maar 1 euro of 1,20 euro. Ga je zitten, dan betaal je voor de service en het uitzicht.

Praktische zaken: Rijden en Slapen

Nog even over het autorijden. Er bestaan veel horrorverhalen over Italiaanse chauffeurs. Mijn ervaring? Ze rijden niet slecht, ze rijden assertief. Ze verwachten dat jij ook doorrijdt. Twijfelen is gevaarlijk. Als je een rotonde oprijdt, pak je je ruimte. Knipperlichten zijn in het zuiden meer een suggestie dan een verplichting.

Let wel goed op de ZTL-zones (Zona a Traffico Limitato) in historische stadscentra. Als je hier per ongeluk inrijdt zonder vergunning, wordt je kenteken gefotografeerd en ligt er drie maanden later een boete van 100 euro op je deurmat in Nederland. Die camera’s staan overal in steden als Florence, Pisa, Rome en Bologna. Parkeer gewoon buiten de muren en loop of pak de bus. Scheelt je een hoop stress.

Italië blijft een land van contrasten. Het ene moment sta je te vloeken omdat de stroom uitvalt op de camping, het volgende moment kijk je uit over een vallei die zo mooi is dat je spontaan begrijpt waarom zoveel kunstenaars hier vandaan komen. Het is rommelig, luidruchtig en soms inefficiënt, maar dat is precies waarom we er elk jaar weer naar terugkeren.